Kantonrechter Den Helder 16-01-2003 (Schlingemann), JAR 2003, 114


Bepaalde tijd. Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 114.

De werkneemster is op 1 april 2001 voor bepaalde tijd bij de werkgever in dienst getreden als manager recreatiepark Hof van Zeeland. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat deze van rechtswege eindigt bij voltooiing c.q. beëindiging van het project Hof van Zeeland. Per 3 december 2001 heeft de opdrachtgever de schoonmaakwerkzaamheden betreffende het Hof van Zeeland aan een andere partij overgedragen. De werkgever heeft de werkneemster daarop laten weten dat haar arbeidsovereenkomst daarmee tot een einde komt. De werkneemster betwist dit en vordert doorbetaling van salaris. De kantonrechter is van oordeel dat de duur van de arbeidsovereenkomst in voldoende mate objectief bepaald is. Daarom is, anders dan de werkneemster stelt, geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Van een objectief bepaalde duur zou geen sprake zijn als bepaald was dat de overdracht door de werkgever van het contract aan een derde partij tot de beëindiging van de werkzaamheden van de werkneemster zou leiden. Dan zou het eindtijdstip van de arbeidsovereenkomst door de werkgever eenzijdig bepaald kunnen worden. De kantonrechter is echter van oordeel dat door de overdracht van het schoonmaakcontract aan de derde partij de arbeidsovereenkomst van de werkneemster niet tot een einde is gekomen. In dat verband is van belang dat de werkneemster is aangesteld voor een project en dat de Schoonmaak-CAO onderscheid maakt tussen een contract en een project. Een contract tussen de oorspronkelijke opdrachtnemer en de opdrachtgever zal in de regel eindigen in het geval van een overname als hier aan de orde. Dit geldt niet voor een project. Een project is niet gebonden aan de werkgever, maar aan het geheel van omstandigheden waaronder de schoonmaakwerkzaamheden worden uitgevoerd, zoals opdrachtgever, plaats, duur, intensiteit etc. Zou een project eindigen als een contract eindigt, dan zou een werknemer door de contractovername zijn baan verliezen, hetgeen in strijd is met de strekking van de Schoonmaak-CAO, die voor deze werknemers nu juist voorschrijft dat ze in dienst blijven van het bedrijf dat het project verliest. De werkneemster is daarom voor de duur van het project bij de werkgever in dienst gebleven, ook al is het contract waar het project deel van uitmaakt aan een andere partij overgedragen.

Terug naar overzicht