Kantonrechter Den Helder 22-04-2003 (Smits), JAR 2003, 115


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 115.

De werkneemster is sinds 1987 bij de werkgever in dienst voor 24 uur per week, aanvankelijk als centralist en daarna als administratief medewerkster. De werkneemster stelt dat zij sinds 1988, onder andere door haar werkzaamheden als centraliste zodanig belast is geweest dat dit in 1998 en in 2002 tot een burn-out heeft geleid, waarvan zij zich, door de houding van de werkgever, nimmer goed heeft kunnen herstellen. Tevens heeft zij sedert 1998/1990 last van fybromyalgie en een beginnende artrose. Zij vraagt om toekenning van een vergoeding van € 63.598,04. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk lijkt. Ten aanzien van de gevraagde vergoeding overweegt de kantonrechter dat voldoende aannemelijk is geworden dat de werkgever rekening heeft gehouden met de zich sinds 1998 voordoende klachten van de werkneemster. De werkneemster heeft na de eerste burn-out niet meer hoeven overwerken en afgesproken is dat zij van de 24 uur per week nog slechts acht uur op de centrale zou werken. Zij kreeg een eigen werkkamer om de administratieve werkzaamheden in een rustiger omgeving te kunnen verrichten en in maart 2000 kwam er een werknemer bij die de werkneemster bijstond bij haar werkzaamheden. Tussen april 2000 en augustus/september 2000 is de werkneemster in verband met haar aanhoudende klachten van slapeloosheid, in staat gesteld later op haar werk te komen en eerder te vertrekken. Zij werkte in die periode 12 uur per week. Verder zijn er in de periode tot april 2001 verbeteringen aangebracht in de automatisering, is er meer personeel aangetrokken, is er meer tijd uitgetrokken voor de facturering en is de servicetaxi verdwenen. Ook heeft de werkgever ergonomische aanpassingen doorgevoerd. Vanaf 2001 heeft de werkneemster niet meer op de centrale gewerkt. Ondanks dit alles is de werkneemster in februari 2002 opnieuw wegens een burn-out uitgevallen. Zij heeft nog twee dagen gewerkt, maar daarna niet meer hoewel zij daartoe wel gedeeltelijk in staat wordt geacht. De kantonrechter is van mening dat, gezien dit alles, niet gezegd kan worden dat de werkgever een verwijt valt te maken van de klachten van de werkneemster of dat deze in zijn risicosfeer vallen. De werkgever heeft de nodige maatregelen getroffen. Verder zijn de klachten van de werkneemster niet per definitie werkgerelateerd. Voor zover de werkneemster heeft aangevoerd dat zij situatief arbeidsongeschikt is geworden door de houding van de werkgever, geldt dat dit onvoldoende is komen vast te staan. Er is onderhandeld over een beëindiging, maar niet is gebleken dat de werkgever de werkneemster daarbij op onredelijke wijze onder druk heeft gezet. Voor toekenning van een vergoeding is derhalve geen reden

Terug naar overzicht