Kantonrechter Deventer 15-06-2000 (Fikkers), JAR 2000, 226


Reiskosten. Wijziging arbeidsvoorwaarden. Goed werknemerschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 226.

Een werkgever voert, na fusie van drie verschillende bedrijven, in het kader van harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden een nieuwe reiskostenregeling in. Als gevolg daarvan gaat een productiemedewerker, bijna 39 jaar in dienst, salaris NLG 3.006,-- bruto per vier weken, er financieel op achteruit. Voor hem geldt een overgangsregeling gedurende zes maanden, van 50% van het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling. De werknemer gaat niet akkoord en de werkgever vordert een verklaring voor recht dat de werknemer de wijziging dient te accepteren. De kantonrechter stelt dat nu de werkgever ruim 25 jaar voor woon-werkvervoer heeft gezorgd en daarna het individuele vervoer heeft vergoed, er sprake is van een arbeidsvoorwaarde. De kantonrechter overweegt, onder verwijzing naar HR 26-06-1998 (Van der Lely/Hofman, RvdW 1998, 140, NJ 1998, 767, JAR 1998, 199, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 135) dat een werknemer op redelijke voorstellen in het kader van harmonisering van arbeidsvoorwaarden behoort in te gaan. De werkgever heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat hij bevoegd is de regeling eenzijdig te wijzigen. Het feit dat de COR met de nieuwe regeling heeft ingestemd, wil niet zeggen dat deze de werknemer bindt. Het gaat hier om een werknemer die ruim 38 jaar in dienst is, 25 jaar geen vervoerskosten heeft gedragen en nadien een redelijke reiskostenvergoeding heeft gehad. De werkgever heeft niet aangetoond dat het om een voorstel gaat en dat de wijziging wordt gecompenseerd door andere wijzigingen van de arbeidsovereenkomst. Ook is het salaris van de werknemer niet dusdanig dat er sprake is van een relatief gering inkomstenverlies. Aangezien de redelijkheid van de wijziging niet is aangetoond, is belangenafweging niet aan de orde en wijst de kantonrechter de vordering af.

Terug naar overzicht