Kantonrechter Dordrecht 18-11-1999 (Kemp), JAR 2000, 3


Bedrijfsongeval. Smartengeld.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 3.

Een timmerman/metselaar met een dienstverband van elf jaar overkomt in 1989 een bedrijfsongeval tengevolge waarvan hij arbeidsongeschikt raakt. In 1993 concludeert een arts dat de pijnklachten een gevolg van het ongeval zijn. In 1997 verergeren de klachten en raakt de werknemer volledig ongeschikt voor zijn eigen werk, heeft veel pijn en ondervindt beperkingen bij activiteiten in het dagelijkse leven. Artsen stellen vast dat het hier gaat om een chronisch pijnsyndroom na een trauma. De werknemer acht zijn werkgever hiervoor aansprakelijk en vordert een schadevergoeding en smartengeld. De kantonrechter concludeert op grond van de medische rapporten eveneens dat de klachten het gevolg zijn van het ongeval en dat de werkgever hiervoor aansprakelijk is. Met betrekking tot het verlies aan verdiencapaciteit overweegt de kantonrechter dat bij de bepaling van het restinkomen uitgegaan moet worden van de feitelijke situatie en niet van de mate van arbeidsongeschiktheid en het inkomen dat de werknemer daarmee hypothetisch in een andere functie had kunnen verdienen. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer in de periode vanaf het ongeval niet meer had kunnen verdienen dan hij feitelijk heeft verdiend en dat de schade het verschil met zijn hypothetisch inkomen bedraagt. Met betrekking tot het gevorderde smartengeld overweegt de kantonrechter dat de werknemer thans reeds 12 jaar dagelijks pijn heeft en ernstig hinder ondervindt bij de dagelijkse activiteiten. Het gevorderde bedrag van NLG 60.000,-- acht de kantonrechter dan ook redelijk. Met betrekking tot de loondervingsschade overweegt de kantonrechter dat deze inmiddels is veranderd omdat de werknemer vanaf februari 1997 volledig arbeidsongeschikt is. Tevens vordert de werknemer een aantal pro memorie posten die nog moeten worden vastgesteld. De kantonrechter stelt voor dat de werknemer zijn totale vordering thans formuleert en afziet van een schadestaatprocedure. Als voorschot wijst de kantonrechter een totaal bedrag van NLG 250.000,-- toe.

Terug naar overzicht