Kantonrechter Eindhoven 01-03-2001, 13-12-2001 (Leclercq), Prg. 2002, 5854


Loon. Onkostenvergoeding. Studiekosten. Verrekening.

Een werkgever vordert terugbetaling van de studiekosten en van het loon dat is doorbetaald tijdens het studieverlof. Volgens de studiekostenregeling dient een werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen vijf jaar na het volgen van de studie de studiekosten terug te betalen en wel voor 100% bij beëindiging binnen drie jaar en voor elk jaar later 20% minder. De werknemer stelt dat de regeling niet geldt bij beëindiging met wederzijds goedvinden en dat niet is overeengekomen dat de kosten van loondoorbetaling zouden moeten worden terugbetaald. Bovendien heeft de werknemer de werkgever laten weten geen behoefte aan de cursus te hebben en de cursus in de avond te willen volgen. De kantonrechter stelt vast dat volgens de studiekostenregeling terugbetaling van de studiekosten dient te geschieden indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op initiatief van de werknemer, zoals in casu. Voor de beoordeling of de vordering tot terugbetaling van de loonkosten in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, is van belang of de werkgever de werknemer hierop heeft gewezen tijdens het gesprek over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en of de werknemer in de gelegenheid had moeten worden gesteld de opleiding in de avonduren te volgen. De kantonrechter geeft de werkgever bij tussenvonnis de gelegenheid te reageren op de stellingen van de werknemer. De kantonrechter is na de reactie van de werkgever van oordeel dat hij niet met zoveel woorden te kennen heeft gegeven dat de loonkosten moesten worden terugbetaald. Bovendien gaat de kantonrechter er vanuit dat de werknemer inderdaad heeft aangegeven de cursus in de avonduren te willen volgen. Deze omstandigheden maken dat de vordering tot terugbetaling van de loonkosten moet worden afgewezen. De vordering tot terugbetalen van de studiekosten zal, voorzover die nog niet is verrekend, worden toegewezen.

Terug naar overzicht