Kantonrechter Eindhoven 04-06-2003 (Van Otterdijk), KG 2003, 163, Prg. 2003, 6089


Goed werkgeverschap. Loon. Ziekte.

Een werknemer meldt zich ziek, als gevolg van spanningen op het werk die zijn ontstaan nadat de CWI het werkgeversverzoek om ontslagvergunning heeft afgewezen. De bedrijfsarts acht de werknemer arbeidsgeschikt. De werkgever schort de loonbetaling op als de werknemer niet op het werk verschijnt en dreigt met ontslag op staande voet als hij zijn werkzaamheden niet hervat. De werknemer acht zich arbeidsongeschikt en verzoekt een second opinion. De loonbetalingen worden hervat doch als uit de second opinion blijkt dat de werknemer arbeidsgeschikt is, wederom opgeschort. De werknemer vordert in kort geding doorbetaling van loon. De kantonrechter overweegt dat zowel uit de verklaring van de behandelend psychiater als uit die van de vertrouwensarts blijkt dat de werknemer niet geschikt is zijn werkzaamheden uit te voeren. De opvatting van zowel de Arbo-arts als de UWV-arts, dat een werknemer die als gevolg van een arbeidsconflict aan spanningsklachten lijdt, per definitie arbeidsgeschikt is, deelt de kantonrechter niet. Ook spanningsklachten vallen onder het begrip "ziekte". Hoewel de Arbo-arts in zijn rapport heeft aangegeven dat het arbeidsconflict bijvoorbeeld door bemiddeling dient te worden opgelost, heeft de werkgever hieraan niets gedaan. Naar aanleiding van het argument van de werkgever dat de werknemer disfunctioneert, geeft de kantonrechter aan dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst meer in de reden ligt dan het staken van de loonbetalingen. Het had de werkgever gesierd interesse te tonen in de toestand van de werknemer in plaats van het salaris stop te zetten en met ontslag te dreigen. De kantonrechter is, gezien het feit dat de werknemer voldoende heeft onderbouwd dat hij arbeidsongeschikt is, van oordeel dat geenszins kan worden uitgesloten dat de werknemer in een bodemprocedure in het gelijk zal worden gesteld en wijst de vordering toe.

Terug naar overzicht