Kantonrechter Eindhoven 06-02-2003 (Roeterdink), JAR 2003, 78


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. RDA-/CWI-vergunning. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 78.

De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werkneemster – 35 jaar oud, ruim 15 jaar in dienst, laatstelijk als administratief medewerkster tegen een salaris van € 1.932,61 exclusief vakantietoeslag – met toestemming van de CWI opgezegd op bedrijfseconomische gronden. Tijdens de opzegtermijn verzoekt de werkneemster ontbinding met toekenning van een vergoeding. Zij voert daartoe aan dat de werkgever het ten onrechte heeft doen voorkomen alsof haar functie is vervallen alsmede dat voor haar geen afvloeiingsregeling is getroffen. De werkgever vindt dat de werkneemster misbruik maakt van de ontbindingsprocedure, zegt geen geld te hebben voor afvloeiingsregelingen, ook niet voor de andere werknemers, en merkt op dat de werkneemster als enige werknemer betaald ouderschapsverlof heeft genoten. De kantonrechter overweegt dat te allen tijde ontbinding kan worden gevraagd. De verandering van omstandigheden is hierin gelegen dat de werkneemster zich aan de kant gezet voelt doordat de arbeidsovereenkomst is opgezegd zonder dat een financiële regeling is getroffen, terwijl een dergelijke regeling volgens de werkneemster wel geïndiceerd is. Omdat de ontbindingsprocedure niet bedoeld is als beroepsmogelijkheid tegen de beslissing van de CWI, geldt voor de kantonrechter als gegeven dat de functie van de werkneemster is komen te vervallen en dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. De vraag is dan nog of aan de werkneemster een vergoeding toekomt. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter het geval, nu de werkneemster ruim 15 jaar in dienst is geweest en tot tevredenheid heeft gefunctioneerd. In beginsel komt zij daarom voor een vergoeding conform de neutrale kantonrechtersformule in aanmerking. De omstandigheid dat aan de andere werknemers geen vergoeding is toegekend, kan niet ten nadele van de werkneemster gelden. Wel wordt rekening gehouden met het feit dat de werkgever het salaris van de werkneemster tot een bedrag van € 2.853,-- onverplicht heeft doorbetaald gedurende het ouderschapsverlof. Een vergoeding van € 25.000,-- is daarom billijk.

Terug naar overzicht