Kantonrechter Eindhoven 10-12-1998, JAR 1999, 7 (Drijkoningen)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schorsing. Wederzijds goedvinden. Ziekte. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 7.

Een 45-jarige horecamedewerker, 19 jaar in dienst, salaris NLG 3.882,84 bruto per maand, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer die met onmiddellijke ingang op non-actief is gesteld o.a. wegens verduistering, raakt situationeel arbeidsongeschikt en treedt vervolgens bij een andere werkgever in dienst. De werkgever stelt zich op het standpunt dat er geen arbeidsovereenkomst meer bestaat nu de werknemer elders in dienst is getreden. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Noch in de wet noch in de jurisprudentie is hiervoor enig aanknopingspunt te vinden. De werknemer is derhalve ontvankelijk in het verzoek en de kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Nu de werkgever daarvoor in overwegende mate een verwijt treft, kent de kantonrechter een vergoeding toe van NLG 50.000,--, daarbij rekening houdend met het feit dat er pas sinds 1992 sprake is van een fulltime dienstverband en de werknemer een nieuwe werkkring voor de duur van één jaar heeft gevonden.

Terug naar overzicht