Kantonrechter Eindhoven 12-06-2001 (Drijkoningen), Prg. 2001, 5709


Concurrentiebeding. Bepaalde tijd. Voorlopige voorziening.

De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar, waarin een concurrentiebeding is opgenomen, wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vier jaar later wordt de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever ontbonden met een vergoeding van NLG 32.350,-- bruto en de werknemer treedt per zelfde datum in dienst van een concurrerende werkgever. De werknemer vordert bij voorlopige voorziening dat zijn ex-werkgever gedoogt dat hij werkzaam is bij de nieuwe werkgever, stellende dat er geen concurrentiebeding van toepassing is en voor het geval dat wel zo zou zijn, schorsing van het concurrentiebeding en subsidiair een vergoeding voor de duur van het beding. De werkgever vordert in reconventie een verbod tot handelen in strijd met het concurrentiebeding. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd onder dezelfde voorwaarden is voortgezet als destijds is overeengekomen en dat het concurrentiebeding haar gelding niet heeft verloren. Beide ondernemingen bieden gelijksoortige diensten aan op dezelfde specifieke markt, zodat er sprake is van concurrentie. Bovendien heeft de werknemer dusdanige kennis opgedaan bij de ex-werkgever, dat deze er belang bij heeft de werknemer te houden aan het concurrentiebeding. Het feit dat de werknemer moest vertrekken maakt dit niet anders. Aangezien de werknemer een vergoeding is toegekend en hij sinds einde dienstverband inkomsten uit arbeid geniet, is er geen reden voor de subsidiair gevorderde vergoeding. De kantonrechter wijst de vordering af en matigt met betrekking tot de vordering van de werkgever het concurrentiebeding tot een jaar

Terug naar overzicht