Kantonrechter Eindhoven 13-11-2001 (Knaapen), Prg. 2002, 5809, JAR 2002, 4


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer (verzoek afgewezen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 4.

De werknemer - 59 jaar oud, 45 jaar in dienst, salaris NLG 5.092,-- bruto per maand – verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hij stelt daartoe dat zijn functie steeds verder is uitgehold, dat hij in aanmerking is gebracht voor afvloeiing en dat daarmee zijn overbodigheid is bevestigd, maar dat dit niet is doorgegaan omdat de werkgever hem geen behoorlijke beëindigingvergoeding zou willen toekennen. De werkgever zegt aan geen behoefte te hebben aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer niet meer gemotiveerd is voor zijn werk. Volgens de rechter ligt een oorzaak daarvan wellicht in het feit dat de werknemer al 45 jaar bij de werkgever werkt en op een leeftijd is waarop een mens aan werk minder en aan andere ontplooiingsmogelijkheden meer belang gaat hechten. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat de werkgever hiervan een verwijt valt te maken. Volgens de werkgever was de werknemer geen leidinggevende, maar een meewerkend voorman. Hem zouden daarom geen leidinggevende taken zijn ontnomen. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer mogelijk weer meer tijd dan vroeger achter de machine doorbrengt, maar dat dit, gelet op de uitleg van de werkgever, niet als een degradatie gezien kan worden. Het feit dat de werknemer kort kandidaat voor afvloeiing is geweest, is niet bevorderlijk voor zijn motivatie. Anderzijds is dit weer van de baan en moet een werknemer binnen zekere grenzen voornemens die worden aangekondigd maar niet doorgezet, kunnen verdragen. De kantonrechter ziet derhalve geen reden voor ontbinding met een vergoeding en wijst daarom het verzoek af. Als de werknemer de arbeidsovereenkomst wil beëindigen, staat het hem vrij om deze op te zeggen.

Terug naar overzicht