Kantonrechter Eindhoven 18-02-2004 (Knaapen), JAR 2004, 89


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Habe nichts exceptie. Anciënniteitsbeginsel.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 89.

De werkgever verzoekt op bedrijfseconomische gronden ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 54 jaar oud, 33 jaar in dienst, laatstelijk als accountmanager tegen een salaris van € 4.178,56 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. De werknemer is op 1 januari 1971 in dienst getreden van de rechtsvoorganger van de werkgever en op 1 januari 2001 bij de werkgever zelf. De werkgever voert aan dat hij aanzienlijke verliezen heeft geleden en dat hij daardoor een reorganisatie moet doorvoeren waarbij de arbeidsplaats van de werknemer komt te vervallen. De werkgever is bereid een ontbindingsvergoeding te betalen met factor C=0,5. Bij een factor C=1 zou de te betalen vergoeding te hoog zijn voor de onderneming, gezien de slechte financiële positie ervan. De werknemer voert verweer zowel ten aanzien van de redenen voor het ontbindingsverzoek als ten aanzien van de wijze waarop de werkgever het ontslag heeft aangekondigd. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, nu de noodzaak voor reorganisatie voldoende is gebleken en het anciënniteitsbeginsel niet van toepassing was omdat de werknemer de enige was die de functie van accountmanager vervulde. Er is niet gebleken dat er een andere passende functie voor de werknemer voorhanden is. De kantonrechter acht als ontbindingsvergoeding een vergoeding van € 100.000,– billijk (C=0,5), waarbij de kantonrechter enerzijds de slechte financiële situatie van de werkgever in aanmerking neemt en anderzijds het feit dat de langdurigheid van het dienstverband met de rechtsvoorganger van de werkgever en met de werkgever zelf berust op de eigen keuze van de werknemer, zodat die billijkerwijs niet alleen voor rekening van de werkgever dient te worden gebracht.

Terug naar overzicht