Kantonrechter Eindhoven 23-07-2003 (Van der Ham), KG 2003, 253, JAR 2003, 202


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Zwangerschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 202.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werkneemster. De werkgever heeft aan de werkneemster voorgesteld dat zij, omdat haar werkzaamheden als vertaalster in Nederland op korte termijn zouden eindigen, voor de moedermaatschappij in de Verenigde Staten zou gaan werken. De werkneemster heeft met het voorstel ingestemd. Op 19 december 2002 was alles rond met betrekking tot de werkzaamheden in Houston en is een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten. Eind februari 2003 zou de werkneemster vertrekken, maar op verzoek van de werkgever is dat uitgesteld tot april zodat de werkneemster al haar werkzaamheden in Nederland zou hebben afgerond. Op 2 april 2003 heeft de werkneemster aan de werkgever meegedeeld dat zij zwanger is en dat zij daarom niet naar de VS kon gaan. De werkgever heeft aangegeven dat haar zwangerschap wat hem betrof niet in de weg stond aan het vertrek naar Houston. De werkneemster heeft echter geweigerd naar de VS af te reizen. Daarop heeft de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter stelt vast dat het verzoek tot ontbinding niet is gebaseerd op de zwangerschap van de werkneemster. De zwangerschap hoeft niet in de weg te staan aan het uitoefenen van haar werkzaamheden, zoals de werkgever terecht heeft opgemerkt. De kantonrechter is van oordeel dat art. 7:670 lid 2 BW (het verbod tot opzegging tijdens zwangerschap) niet aan ontbinding in de weg staat omdat art. 7:670b lid 2 BW bepaalt dat art. 7:670 BW niet van toepassing is indien er sprake is van beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of van het onderdeel van de onderneming waarin de werkneemster werkzaam is, tenzij de werkneemster reeds zwangerschapsof bevallingsverlof geniet. Dit laatste is niet het geval. Naar het oordeel van de kantonrechter is bovendien voldoende aangetoond dat de werkzaamheden van de werkneemster in Nederland eindigen en daarmee alle vertaalwerkzaamheden van de werkgever in Nederland. Het is niet onredelijk van de werkgever om van de werkneemster te verlangen dat zij naar de VS gaat, nu de werkneemster dit met de werkgever is overeengekomen en nu in de VS een vertaler nodig is. Het feit dat de werkneemster zwanger blijkt te zijn, maakt dit niet anders. Het is de eigen keuze van de werkneemster om tijdens de zwangerschap in Nederland te willen zijn. De arbeidsovereenkomst dient daarom ontbonden te worden zonder toekenning van een vergoeding aan de werkneemster.

Terug naar overzicht