Kantonrechter Emmen 24-10-2001 (Pauw), Prg. 2001, 5780


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Wederzijds goedvinden.

Een werknemer treedt nadat hij volledig arbeidsgeschikt is verklaard bij een andere werkgever in dienst en zijn ex-werkgever stopt de loonbetalingen. De werknemer onderneemt hiertegen geen actie doch verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 465.799,-- bruto. De werkgever stelt dat de werknemer niet ontvankelijk is omdat de arbeidsovereenkomst al was geëindigd doordat de werknemer zelf ontslag heeft genomen en elders een baan heeft aanvaard. De werknemer ontkent ontslag te hebben genomen en stelt dat door het in dienst treden elders de arbeidsovereenkomst niet eindigt. De kantonrechter concludeert dat de werknemer nooit de intentie heeft gehad om na zijn ziekte weer te gaan werken bij zijn werkgever. Dit blijkt uit zijn verklaring aan de arbeidsdeskundige. Bovendien is de werknemer elders in een hogere functie in dienst getreden. Door verder geen actie te ondernemen jegens zijn werkgever, die in feite heeft ingestemd met de beëindiging van het dienstverband, kan niet worden volgehouden dat er nog steeds sprake is van een arbeidsovereenkomst. Volgens de kantonrechter is er sprake van beëindiging met wederzijds goedvinden ex art. 7:677 BW, temeer daar niet gebleken is dat de werknemer noodgedwongen als gevolg van gedragingen van de werkgever elders een lagere functie heeft aanvaard. Nog daargelaten dat de proeftijd bij de nieuwe werkgever inmiddels is verstreken en ontbinding niet met terugwerkende kracht mag worden uitgesproken, stelt de kantonrechter vast dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en dus is de werknemer niet ontvankelijk in zijn verzoek

Verder lezen
Terug naar overzicht