Kantonrechter Enschede 14-01-2003 (Vos), Prg. 2003, 6001, JAR 2003, 25


Bedrijfsongeval. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 25.

De werknemer, taxichauffeur, is als gevolg van knieletsel arbeidsongeschikt geraakt. De werknemer stelt dat een door hem vervoerde, inmiddels overleden, bejaarde dame, die hij per taxi moest wegbrengen, op enig moment onverhoeds het portier heeft geopend. Daardoor zou hij door de punt ervan op zijn knie zijn getroffen met zijn knieletsel als gevolg. Hij stelt zijn werkgever voor zijn schade aansprakelijk, primair op grond van art. 7:658 BW en subsidiair op grond van art. 7:611 BW. De werkgever betwist dat een ongeval heeft plaatsgevonden zoals door de werknemer gesteld en voert aan, dat als dit ongeval zou hebben plaatsgevonden, er geen sprake is van tekortschieten, maar van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Naar het oordeel van de kantonrechter is art. 7:658 BW in onderhavig geval van toepassing, en niet art. 7:611 BW, omdat het ongeval, als dit inderdaad heeft plaatsgevonden, heeft plaatsgevonden in de uitoefening van de werkzaamheden van de werknemer. Het arrest Vonk/Van der Hoeven (HR 12-01-2001, RvdW 2001, 31, JOL 2001, 26, NJ 2001, 253, JAR 2001, 24, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 9) is in zoverre niet van toepassing. In casu is ook geen sprake van een verkeersongeval, zodat de bijzondere omstandigheden die in Vonk/Van der Hoeven aan de orde waren, hier geen aansprakelijkheid kunnen rechtvaardigen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de werkgever niet in zijn zorgplicht tekortgeschoten. Als het ongeval heeft plaatsgevonden zoals de werknemer stelt, is sprake van een algemeen risico en niet van een aan het beroep van taxichauffeur verbonden risico met het oog waarop de werkgever maatregelen moest treffen. De vraag is vervolgens of een taxibedrijf haar werknemers dient te verzekeren voor het risico dat zij door toedoen van een passagier letsel oplopen. Met enige aarzeling – want waar is het einde – concludeert de kantonrechter dat dit risico op dezelfde wijze moet worden beoordeeld als het risico dat een taxichauffeur betrokken raakt bij een verkeersongeval. De zorgplicht van art. 7:658 BW brengt daarom in dit geval mee dat een taxibedrijf haar werknemers vrijwaart van de gevolgen van schade toegebracht door onrechtmatig handelen van passagiers. De werkgever stelt overigens een dergelijke verzekering te hebben. Alvorens hier verder op in te gaan, is het aan de werknemer om de door hem gestelde toedracht van het ongeval te bewijzen.

Terug naar overzicht