Kantonrechter Enschede 21-06-2001 (De Groot), JAR 2001, 148


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Sociaal plan.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 148.

De werkgever heeft eind 1999 ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer (11 jaar in dienst, salaris NLG 7.685,-- bruto per maand), beleidsmedewerker P&O verzocht, welk verzoek is afgewezen. In juni 2000 heeft de werkgever om financiële redenen een reorganisatie aangekondigd. Daarbij heeft de werkgever met toestemming van de RDA de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd met ingang van 30 juni 2001. Op het ontslag is een Sociaal Plan van toepassing. In het kader van de reorganisatie is een nieuwe functie gecreëerd, namelijk de functie hoofd P&O. Degene die deze functie aanvankelijk vervulde, heeft ontslag genomen. De werknemer heeft verzocht voor de, vacante, functie in aanmerking gebracht te worden, hetgeen de werkgever heeft geweigerd. De werknemer verzoekt thans nog tijdens de opzegtermijn ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een hogere vergoeding als hem is aangeboden in het kader van het Sociaal Plan. De kantonrechter is om historische redenen - verwijzend naar de parlementaire behandeling van art. 1639s oud BW - van oordeel dat art. 7:685 BW niet is geschreven voor een verzoek als het onderhavige. Doel van art. 7:685 BW is om op korte termijn tot een ontbinding te komen. De reden voor het verzoek van de werknemer is echter enkel gelegen in zijn wens om snel duidelijkheid te krijgen over een eventueel aan hem toe te kennen vergoeding welke hoger is dan hem toekomt uit hoofde van het Sociaal Plan. Voor de beoordeling van een dergelijke vordering is de procedure van art. 7:681 BW evenwel de aangewezen weg. Het ontbindingsverzoek dient daarom afgewezen te worden met veroordeling van de werknemer in de kosten

Terug naar overzicht