Kantonrechter Enschede 23-09-1999, JAR 1999, 239 (De Groot)


Ontbinding (Voorwaardelijke) gewichtige redenen. Ontslag op staande voet. Gezagsverhouding. Competentie. Detachering in het buitenland.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 239.

Een in Noord-Ierland wonende werknemer, zes jaar in dienst bij een Engelse onderneming, wordt na in diverse landen gewerkt te hebben, op tijdelijke basis uitgezonden naar een Nederlandse dochteronderneming. De werknemer wordt daar op staande voet ontslagen. Hij vordert nietigverklaring van het ontslag en de werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder de voorwaarde dat de Nederlandse rechter bevoegd is, Nederlands recht van toepassing is, de Nederlandse dochter de formele werkgever is en het ontslag niet rechtsgeldig is. De kantonrechter laat in het midden of aan de eerste twee voorwaarden is voldaan, nu deze in de bodemprocedure aan de orde zullen komen. Aan inhoudelijke beoordeling van het verzoek komt de kantonrechter echter niet toe omdat de Nederlandse dochteronderneming niet als formele werkgever kan worden aangemerkt. De werknemer was in dienst bij de Engelse onderneming, die zorgde voor de loonbetaling, aan wie hij moest rapporteren en door wie hij is ontslagen. Dat het salaris ten laste van de Nederlandse onderneming is gebracht, wil niet zeggen dat hierdoor een arbeidsovereenkomst zou zijn ontstaan, nog daargelaten of tussen de Nederlandse onderneming en de werknemer een gezagrelatie bestond. Aannemelijk is dat dit niet het geval is geweest nu de werknemer vanuit de Engelse onderneming is uitgezonden om een reorganisatie door te voeren. De kantonrechter verklaart zowel de Engelse als de Nederlandse onderneming niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Terug naar overzicht