Kantonrechter Gouda 03-04-2003 (Hage), Prg. 2003, 6073


Loon. Ontslag op staande voet. Ziekte.

Een arbeidsongeschikte inpakker (ruim vijf jaar in dienst, salaris € 1.580,-- bruto per vier weken) wordt op staande voet ontslagen omdat hij niet op het spreekuur van de Arbo-arts is verschenen, een controleur van de Arbo-dienst hem niet thuis trof en omdat hij na schriftelijke sommatie daartoe zich niet heeft gemeld bij de werkgever. Twee maanden later wordt een volledige WAO-uitkering toegekend, waartegen de werkgever bezwaar maakt. De werknemer vordert een verklaring voor recht dat het ontslag nietig is en doorbetaling van loon vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De werknemer stelt dat hij al geruime tijd niet op zijn huisadres verbleef, omdat hij ter verzorging bij zijn vriendin woonde. De werkgever was daarvan op de hoogte omdat de werknemer al een jaar lang van dit adres met een taxi werd opgehaald en de werkgever de kosten betaalde. De kantonrechter is van oordeel dat de verandering van het verblijfadres voor risico van de werknemer komt. De werknemer heeft noch de Arbo-arts, noch de werkgever hierover geïnformeerd. De werkgever heeft terecht de aan de niet-naleving van de controlevoorschriften verbonden sanctie ex art. 7:629 lid 6 BW toegepast (opschorting loonbetaling). Overtreding van de controlevoorschriften behoort echter niet te leiden tot het verlies van aanspraak op loondoorbetaling, die immers herleeft als komt vast te staan dat de werknemer daadwerkelijk ziek is. Ontslag op staande voet is daarmee niet verenigbaar. De kantonrechter verklaart voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is. Met betrekking tot de loonvordering overweegt de kantonrechter dat gezien de beslissing van de uitvoeringsinstelling er vanuit moet worden gegaan dat de werknemer steeds ziek is geweest, tenzij de werkgever tegenbewijs levert. De kantonrechter stelt de werkgever in de gelegenheid om de beslissing op zijn bezwaarschrift in te brengen en houdt de zaak aan.

Terug naar overzicht