Kantonrechter Gouda 12-12-2002 (Hage), KG 2003, 27


Ontslag op staande voet.

Een productiemedewerkster bij een vleeswarenbedrijf, bijna twee jaar in dienst, salaris € 1.479,36 per vier weken, wordt op staande voet ontslagen omdat zij binnen één jaar drie keer officieel gewaarschuwd is en dit op grond van het bedrijfsreglement automatisch tot ontslag op staande voet leidt. De eerste waarschuwing betrof het niet hervatten van de werkzaamheden na arbeidsgeschiktverklaring door de Arbo-arts, de tweede waarschuwing het uiten van bedreigingen naar een collega gepaard met fysiek geweld en de derde waarschuwing betrof het dragen van sieraden. De werkneemster vordert bij voorlopige voorzieningen doorbetaling van loon vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De kantonrechter overweegt dat van een dringende reden pas sprake is indien in de concrete omstandigheden van het geval van de werkgever niet gevergd kan worden dat hij de arbeidsovereenkomst voortzet. Deze afweging heeft de werkgever niet gemaakt, maar het ontslag automatisch laten volgen op de derde waarschuwing. Het bij voorbaat aanmerken van een enkel feit als een dringende reden duidt niet op een zorgvuldige afweging. Bovendien wijst de derde waarschuwing niet op een weigeren te voldoen aan een redelijke opdracht. De werkneemster heeft namelijk op het eerste verzoek haar oorpiercing onmiddellijk afgedaan. Met betrekking tot de tweede waarschuwing acht de kantonrechter niet aannemelijk dat de werkneemster met haar tengere postuur een mannelijke collega heeft mishandeld. Mede gezien het feit dat de werkneemster gedeeltelijk arbeidsongeschikt is tengevolge van een whiplash en aangepast werk verricht, is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van de werkneemster moet worden toegewezen, zij het onder beperking van de wettelijke verhoging tot 10%.

Verder lezen
Terug naar overzicht