Kantonrechter Gouda 16-06-2000 (Hage), Prg. 2000, 5516, JAR 2000, 198


Ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Overgang onderneming. Faillissement. Schadeloosstelling (geen afwijking sociaal plan).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 198.

In verband met sluiting van het bedrijf wegens slechte resultaten verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer, 53 jaar oud, 3 jaar in dienst, salaris NLG 6.485,79 bruto per maand. Het met de vakverenigingen overeengekomen sociaal plan bevat voor de werknemer een suppletieregeling op een uitkering tot 90% van het oude nettosalaris of tot 100% op elders te verdienen salaris gedurende 36 maanden. Ook de werknemer, die uitzicht heeft op een andere werkkring, vraagt ontbinding, maar met een veel hogere vergoeding op grond van zijn diensttijd van 35 jaar bij de voorganger van de werkgever. Die voorganger was destijds failliet verklaard en de huidige werkgever had de bedrijfsactiviteiten voortgezet. De kantonrechter laat de oude diensttijd buiten beschouwing omdat zich dat niet zou verdragen met de bedoeling van art. 7:666 BW, welk artikel een scheiding creëert tussen de perioden voor en na faillissement. De werknemer had zich beroepen op HvJ EG 12-03-1998 (Dethier/Sovam, JAR 1998, 100, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 276), maar die uitspraak betrof de Belgische vereffeningsprocedure die gericht is op voortzetting van de activiteiten in plaats van op, zoals bij faillissement, liquidatie van het vermogen. Ook overigens is er geen reden van het sociaal plan af te wijken gezien de slechte financiële situatie van de werkgever.

Terug naar overzicht