Kantonrechter Gouda 20-12-2001 (Hage), KG 2002, 22


Bepaalde tijd. Concurrentiebeding. Voorlopige voorziening.

Een werkgever die zich bezighoudt met detachering van technisch personeel laat zijn assistent projectleider weten dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een half jaar wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werknemer ondertekent de gewijzigde arbeidsovereenkomst doch geeft tegelijkertijd te kennen elders in dienst te willen treden. De werkgever stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet en verzoekt de werknemer het kantoor te verlaten. Vervolgens verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorzover vereist. De werknemer stelt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd en vordert bij voorlopige voorziening doorbetaling van loon en een verklaring voor recht dat er geen concurrentiebeding bestaat, respectievelijk tenietdoening of matiging van het concurrentiebeding. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer door tegelijkertijd aan te kondigen dat hij elders zou gaan werken de arbeidsovereenkomst heeft aanvaard op een wijze die afwijkt van het aanbod. Aangezien het zeker niet de bedoeling van de werkgever kan zijn geweest de arbeidsovereenkomst met zeer korte duur te verlengen, is er geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen. De loonvordering is derhalve niet toewijsbaar. Met betrekking tot het concurrentiebeding overweegt de kantonrechter dat het belang van de werkgever onvoldoende is om een beroep op het concurrentiebeding te rechtvaardigen. De arbeidsovereenkomst heeft slechts zes maanden geduurd en de werknemer heeft sinds die tijd geen werkzaamheden verricht, noch inkomsten genoten. Bovendien houdt de nieuwe functie voor de werknemer een positieverbetering in. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding.

Terug naar overzicht