Kantonrechter Gouda 31-08-2000 (Hage), Prg. 2000, 5576


Ontslag op staande voet (drugsgebruik). Ziekte. Bereidheid bedongen arbeid. Wettelijke verhoging.

Een (lease)verpleegkundige (arbeidsovereenkomst voor een jaar, salaris NLG 4.675,-- bruto per maand) wordt binnen twee maanden na indiensttreding op staande voet ontslagen wegens het dusdanig onder invloed van drugs verkeren dat hij niet tot werken in staat was. De werknemer, die hiervoor reeds eerder was gewaarschuwd, beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag en vordert doorbetaling van loon c.a.. De werknemer ontkent dat hij onder invloed was en stelt dat hij als gevolg van psychische en somatische klachten niet in staat was om te werken. De werknemer legt daartoe over een tweetal brieven van zijn huisarts en een rapport van de GGD. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de werknemer onder invloed verkeerde en dat aannemelijk is dat de situatie waarin de werknemer verkeerde een gevolg is van zijn slechte gezondheidstoestand. Er was dus geen sprake van een dringende reden. Het feit dat de werkgever hiervan niet op de hoogte was, doet daar niet aan af. Bovendien had de werkgever hiernaar een onderzoek kunnen instellen door de werknemer te horen alvorens hem te ontslaan. Ook de eerdere waarschuwingen zijn daardoor niet relevant. Ondanks dat de werknemer, gezien zijn arbeidsongeschiktheid niet in werkelijkheid de bereidheid tot het verrichten van zijn werkzaamheden bezat, wijst de kantonrechter de vordering toe, omdat de werkgever tijdens ziekte loon dient door te betalen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%.

Terug naar overzicht