Kantonrechter Groenlo 23-09-2002, 11-11-2002 (Rowel), JAR 2003, 3


Boetebeding. Concurrentiebeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 3.

De werknemer is op 6 september 1999 bij de werkgever in dienst getreden als commercieel buitendienstmedewerker. Tussen partijen is een concurrentiebeding overeengekomen dat de werknemer verbiedt om binnen een jaar na het einde van het dienstverband elders gelijksoortig werk te doen. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst in april 2001 opgezegd en is elders in dienst getreden. De werkgever heeft de werknemer daarop geschreven dat deze hierdoor NLG 76.000,-- (76 x NLG 1.000,--) aan boetes verbeurd had. De werknemer stelt dat het concurrentiebeding nietig is omdat het niet voldoet aan de vereisten van art. 7:650 BW en omdat zijn werkgever hem dermate onbehoorlijk heeft behandeld dat deze geen beroep op het concurrentiebeding meer toekomt. De chef van de werkgever heeft in de loop der tijd vele faxen aan de werknemer en zijn collega's gestuurd, waarin hen werd gezegd dat zij lamzakken waren, er uit geflikkerd zouden worden als zij hun werk niet beter zouden doen, etc. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever geen boetebedragen kan vorderen uit hoofde van het boetebeding omdat de boeten kennelijk bestemd zijn voor de werkgever, nu geen andere bestemming is opgenomen, en het beding daarmee nietig is ingevolge art. 7:650 BW. Van de mogelijkheid om van dit artikel af te wijken, is geen gebruik gemaakt. Voor het overige is de kantonrechter van mening dat de berichten van de chef aan de werknemer dermate schofferend zijn, dat het besluit van de werknemer om ontslag met onmiddellijke ingang te vragen terecht is genomen. Het ontslag is bovendien hierdoor (mede) veroorzaakt. Daarmee is de situatie van art. 7:653 lid 3 BW weliswaar niet letterlijk, maar wel naar de strekking van het artikel aan de orde. Dit geldt temeer, nu de werkgever de werknemer, toen bleek dat deze niet wist wat het concurrentiebeding inhield, lange tijd daarover in het ongewisse heeft gelaten. De werkgever kan daarom geen rechten aan het beding ontlenen.

Terug naar overzicht