Kantonrechter Groningen 01-09-2000 (Dissel), JAR 2000, 213


Ontslag op staande voet. Ontbinding gewichtige redenen (voorwaardelijke). Ziekte (reïntegratieplan niet vereist). Bepaalde tijd. Schadeloosstelling (C=1).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 213.

Een 35-jarige vertegenwoordiger (met een arbeidsovereenkomst voor één jaar, salaris NLG 5.300,-- bruto per maand) wordt vijf maanden na indiensttreding op grond van disfunctioneren en werkweigering op staande voet ontslagen. De werknemer meldt zich op dezelfde dag ziek en roept de nietigheid in. De werkgever verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van een dringende reden en subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter acht de werkgever ontvankelijk omdat een reïntegratieplan volstrekt zinloos is. Het gaat hier om situationele arbeidsongeschiktheid die is ontstaan op het moment dat de werknemer op staande voet is ontslagen. Bovendien houdt de dringende reden geen enkel verband met de arbeidsongeschiktheid. Volgens de kantonrechter is er gezien de incidenten geen sprake van een dringende reden, mede omdat het disfunctioneren niet is komen vast te staan wegens het ontbreken van verslagen van functioneringsgesprekken. Ook de werkweigering kan niet zonder bewijsvoering worden vastgesteld. Het primaire verzoek dient dan ook te worden afgewezen. Wel is er sprake van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding, zodat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Het gaat de kantonrechter te ver om de schuld van de verstoring geheel bij de werknemer te leggen mede gezien de handelwijze van de werkgever. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 6.000,-- bruto (C=1).

Terug naar overzicht