Kantonrechter Groningen 07-03-2001 (Dijkers), JAR 2001, 102


Bepaalde tijd (ter vervanging zieke collega). Ziekte. Zwangerschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 102.

Een werkneemster had een aanstelling als kantinemedewerkster voor enkele uren per week. Vanaf 1 januari 2000 heeft zij voorts 16 uur per week gewerkt ter vervanging van de ziek geworden receptionist. In augustus 2000 heeft de werkneemster haar werkzaamheden opgeschort in verband met ziekte door zwangerschap en met zwangerschapsverlof. In december werd de receptionist arbeidsgeschikt verklaard. De werkgever heeft hem echter niet toegelaten tot de werkzaamheden, maar heeft hem betaald verlof verleend in afwachting van een VUT-regeling. Na afloop van haar zwangerschapsverlof heeft de werkgever aan de werkneemster meegedeeld dat het werk als receptioniste definitief was overgenomen door een collega en dat zij enkel kon terugkeren in haar werkzaamheden als kantinemedewerkster. De werkneemster heeft daarmee niet ingestemd en vordert thans doorbetaling van loon op basis van de werkweek inclusief de 16 uren receptiewerk. De kantonrechter is van oordeel dat de bepaalde tijd gedurende welke de werkneemster was aangesteld ter vervanging van de zieke receptionist nog niet is verstreken aangezien de receptionist niet is teruggekeerd op het werk. De kantonrechter verwijst in dit opzicht naar de uitspraak van de Hoge Raad (HR 27-11-1998, Kool/Hageveld, RvdW 1998, 225, NJ 1999, 198, JAR 1999, 13, Rechtspraak- overzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 34) waarbij in een situatie dat een leraar tijdelijk was aangesteld ter vervanging van een zieke collega het tijdelijke dienstverband niet als geëindigd werd beschouwd op het moment dat de zieke collega overleed. De situatie van de werkneemster vertoont naar het oordeel van de kantonrechter voldoende overeenkomsten met dit arrest om ook in haar zaak te beslissen dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst nog niet geëindigd is

Terug naar overzicht