Kantonrechter Haarlem 06-09-2002 (Stolp), JAR 2002, 235


Dringende reden. Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 235.

De werknemer, 37 jaar oud, is 13 jaar in dienst, laatstelijk als tafelmanager. In het jaar 2000 is de werknemer vier keer zonder geldige reden niet op het werk verschenen. Op 8 januari 2001 heeft hierover een gesprek plaatsgevonden en is hem een officiële waarschuwing uitgereikt. Op 5 maart 2001 is de werknemer weer niet op het werk verschenen. Diezelfde avond is hij daarop aangesproken, heeft de werkgever hem een laatste officiële waarschuwing gegeven en heeft hij hem tijdelijk teruggezet in functie. Tevens heeft de werkgever aangegeven een volgende keer tot ontslag over te zullen gaan. Daarbij is vermeld dat de waarschuwing drie jaar geldig blijft. Op 22 juni 2002 is de werknemer opnieuw niet op zijn werk verschenen. Daarop heeft de werkgever hem op non-actief gesteld en ontbinding wegens een dringende reden verzocht. De kantonrechter stelt vast dat de brief van 9 maart 2001 niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. De werknemer wist dat een volgende misstap binnen een periode van drie jaar voor de werkgever aanleiding zou zijn hem te ontslaan. Gelet daarop had het op zijn weg gelegen om uiterst secuur te zijn bij het aanvragen van een vrije dag en zich stipt aan de regels daarvoor te houden. Genoegzaam aannemelijk is geworden dat de werknemer dit niet heeft gedaan. Hij had zijn vrije dag persoonlijk moeten inschrijven in het daarvoor bestemde boek. Uit het boek, waarvan de relevante bladzijde door de werkgever is overgelegd, blijkt echter dat hij dit niet heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechter is daarmee het ongeoorloofde verzuim van de werknemer op 22 juni 2002 voldoende vast komen te staan. In het licht van de voorgeschiedenis vormt dit verzuim een dringende reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Terug naar overzicht