Kantonrechter Haarlem 11-06-2003 (Veenhof), JAR 2003, 187


Gelijke behandeling. Pensioen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 187.

Van de CAO die van toepassing is bij Holland Casino maakt een pensioenregeling deel uit waarin is bepaald dat de pensioengerechtigde leeftijd 62 jaar bedraagt. Aan de werknemers kan de mogelijkheid worden geboden het dienstverband ook na die leeftijd voort te zetten, maar Holland Casino kan hierbij een voorbehoud maken op grond van sociale en/of medische aspecten. De werknemer heeft aangegeven door te willen werken na zijn 62e, maar Holland Casino heeft hierop afwijzend gereageerd. Vanaf 1 november 2002 is de werknemer niet meer ingezet voor zijn werkzaamheden en ontvangt hij een pensioenuitkering. De werknemer heeft in een bodemprocedure een verklaring voor recht gevorderd dat de verplichte pensionering op 62-jarige leeftijd nietig is. Hierop vooruitlopend heeft hij in kort geding tewerkstelling gevorderd. De kantonrechter en het hof hebben zijn vordering afgewezen (zie Hof Amsterdam 03-04-2003, KG 2003, 107, JAR 2003, 126, hiervoor). In de bodemprocedure overweegt de kantonrechter dat moet worden beoordeeld of er een legitiem doel bestaat voor het maken van onderscheid naar leeftijd en of het gekozen middel voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk is. De kantonrechter is in dit verband van mening, evenals eerder de kantonrechter in kort geding en het hof in hoger beroep, dat de door Holland Casino aangevoerde rechtvaardigingsgronden, te weten dat de vervroegde pensionering noodzakelijk is om de doorstroming van het personeel te bevorderen, om het langdurig ziekteverzuim terug te dringen en om de instroom van werknemers in de WAO te beperken, legitiem zijn. De bodemrechter stelt vast dat de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand, de monopoliepositie van Holland Casino, het relatief gunstige beloningssysteem en het stopzetten van de uitbreiding met meer casino's, meebrengen dat weinig personeelsleden het bedrijf op andere wijze dan via pensionering verlaten. Verder staat vast dat ongeveer 50% van de personeelsleden die met pensioen gaan, reeds in de WAO zitten en dat sprake is van een instroomkans in de WAO van werknemers van 50 jaar of ouder met 5,13%, hetgeen hoger is dan de instroomkans van de gemiddelde beroepsbevolking. De kantonrechter acht de vervroegde pensionering voorts doelmatig, alleen al omdat deze geschikt is om een betere doorstroming van het personeel te bewerkstelligen. De kantonrechter wijst het verweer van de werknemer dat de doelstellingen van Holland Casino ook kunnen worden bereikt door vervroegde pensionering op vrijwillige basis van de hand, vanwege de financiële consequenties van een dergelijke regeling en omdat een dergelijk systeem in de weg staat aan de vereiste regelmatige en voorspelbare doorstroming.

Terug naar overzicht