Kantonrechter Haarlem 17-04-2002 (Harts), JAR 2002, 126


Ontbinding gewichtige redenen (verzoek wegens veelvuldig ziekteverzuim afgewezen). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 126.

De werkgever heeft de 41-jarige werknemer (16 jaar in dienst, salaris € 4.123,25 bruto per maand), laatstelijk in dienst als Bedrijfsvoeringsmanager Grenscontrole, op 7 augustus 2001 uit zijn functie ontheven vanwege zijn zeer frequente en langdurige afwezigheid wegens ziekte en/of persoonlijke omstandigheden. De werkgever stelt dat op het functieniveau van de werknemer geen herplaatsing mogelijk is. Hij verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer voert verweer. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer 16 jaar in dienst is bij de werkgever en, naar onbetwist is gesteld, altijd goed heeft gefunctioneerd. Gedurende deze 16 jaar zijn er drie periodes geweest waarin de werknemer langdurig afwezig was. Daarnaast heeft de werknemer drie keer verlof genoten in verband met de adoptie van zijn drie kinderen. Aan de afwezigheid in de drie periodes, te weten in 1995, 1999 en 2001, lag telkens een andere oorzaak ten grondslag. In 1995 was er sprake van een burn-out. In 1999 betrof het zorgverlof in verband met de situatie van zijn ernstig zieke echtgenote, waardoor de zorg voor zijn drie kinderen - waaronder een pas geadopteerde baby - volledig op de schouders van de werknemer terecht kwam. In 2001 betrof het medische klachten van de werknemer, die uiteindelijk op 11 juli 2001 door een operatie succesvol zijn verholpen. Toen de werknemer zich op 7 augustus 2001 bij de werkgever meldde teneinde zijn werkzaamheden te hervatten, bleek dat de werkgever hem niet meer in zijn functie wilde laten terugkeren omdat er sprake was van een continuïteitsprobleem. Vaststaat dat de werknemer niet meer in zijn functie kan terugkeren, alleen al vanwege het feit dat deze nu door iemand anders wordt vervuld. Van de werkgever mag evenwel worden verwacht, gelet op de lengte van het dienstverband en het feit dat de werknemer altijd goed heeft gefunctioneerd, dat hij zich extra inspant om een ander dienstverband voor de werknemer te zoeken. Tot nog toe is de werknemer op één functie gewezen, waarnaar hij zonder succes heeft gesolliciteerd, en is hem vier keer een Intermediair toegestuurd. De kantonrechter acht dit te mager. Derhalve dient het ontbindingsverzoek te worden afgewezen.

Terug naar overzicht