Kantonrechter Haarlem 19-10-2001 (Mellema), 02-10-2002 (Veenhof), JAR 2002, 280


Ontbinding gewichtige redenen. Ontslag op staande voet. Schadeloosstelling (Voorwaardelijke). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 280.

De werkgever heeft de werknemer, 31 jaar oud, in dienst sinds 1 december 2000, salaris NLG 5.476,-- bruto per maand, op 17 augustus 2001 op staande voet ontslagen omdat de werknemer de werkgever op 15 augustus 2001 opzettelijk zou hebben misleid door te doen voorkomen alsof hij een bezoek moest afleggen bij zijn huisarts, terwijl hij zich op die dag in de namiddag bij een concurrent van de werkgever bevond. Hij zou bovendien de volgende dag in strijd met de waarheid gezegd hebben dat de dokter hem een zalfje had voorgeschreven. De werknemer heeft gesteld dat hij een doktersbezoek ging afleggen, maar dat bleek dat hij niet bij de dokter terecht kon. Toen heeft hij bij een vriendin die bij de concurrent van de werkgever werkt een CD langs gebracht. De werkgever verzoekt na het ontslag op staande voet voorwaardelijk ontbinding. De kantonrechter acht de lezing van de werknemer over het gebeurde aannemelijk. Die lezing komt erop neer dat hij op 15 augustus 2001 rond 17.00 uur een inloopspreekuur in Amsterdam heeft bezocht, waar hij uiteindelijk niet terecht kon. Aansluitend is hij een CD langs gaan brengen. De kantonrechter maakt uit de verklaring van de werknemer op dat het bezoek aan het inloopspreekuur een medisch delicate kwestie betrof, met vermoedelijk een seksueel karakter. Over een dergelijk doktersbezoek behoeft een werknemer zijn werkgever niet naar waarheid in te lichten, uitzonderingen daargelaten. Het ophouden van een façade, zijnde een regulier bezoek aan de huisarts, is toelaatbaar. Er is ook geen aanleiding om te veronderstellen dat de werknemer iets ongeoorloofds deed bij de concurrent van de werkgever. Nu de werkgever aanstuurt op ontbinding is daarbij een vergoeding van NLG 18.000,-- billijk, gelet op alle omstandigheden. In de procedure over het ontslag op staande voet oordeelt de kantonrechter (een andere rechter) eveneens dat de werknemer niet gehouden was om de werkgever mededelingen te doen over het bezoek aan de arts, gelet op het persoonlijke karakter daarvan. Vast is komen te staan dat de werknemer naar een arts is gegaan. Dat hij daar uiteindelijk niet terecht kon, doet daar niet aan af. Nu ook niet is aangetoond dat de werknemer werkzaamheden verrichtte bij de concurrent, doch daar alleen een CD langs bracht, is ook zijn aanwezigheid daar geen grond voor ontslag op staande voet. De loonvordering is mitsdien toewijsbaar.

Verder lezen
Terug naar overzicht