Kantonrechter Haarlem 31-05-2002 (Mellema), JAR 2002, 160


Goed werknemerschap (onheuse bejegening van de werkgever door de echtgenoot van de werkneemster). Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (geen). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 160.

De werkneemster, 34 jaar oud, is sinds 16 februari 2001 bij de werkgever in dienst als reserveringsmedewerkster. Haar salaris bedraagt € 2.337,-- per maand exclusief emolumenten. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Daartoe stelt hij dat het functioneren van de werkneemster tekortschiet. Verder is de arbeidsovereenkomst door haar toedoen verstoord geraakt. De werkneemster bestrijdt de haar gemaakte verwijten. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsrelatie tussen partijen dermate verstoord is dat voortzetting ervan niet mogelijk moet worden geacht. Eén en ander blijkt ook uit de situatieve arbeidsongeschiktheid van de werkneemster. Ten aanzien van het mogelijk recht op een vergoeding van de werkneemster overweegt de kantonrechter dat de bezwaren die de werkgever tegen de werkneemster heeft ingebracht, mager zijn onderbouwd. Stukken waaruit blijkt dat het gestelde disfunctioneren reeds in een eerder stadium is aangekaart, zijn er niet. Daar staat tegenover dat de werkneemster in de communicatie tussen partijen die heeft plaatsgevonden nadat de werkneemster zich situatief arbeidsongeschikt had gemeld, heeft toegelaten dat haar echtgenoot de werkgever, in de persoon van mevrouw K., in een telefoongesprek ronduit onheus bejegend heeft. Wat er precies gezegd is, is niet duidelijk, maar voldoende aannemelijk is dat de echtgenoot van de werkneemster mevrouw K. bepaald geschoffeerd heeft. Dat de werkneemster als gevolg van genoemd telefoongesprek voor de werkgever heeft afgedaan is te billijken. De werkneemster kan het onbehoorlijke gedrag van haar echtgenoot worden toegerekend, zeker nu zij naast hem stond toen deze met mevrouw K. belde. Beide partijen treft gelet op deze omstandigheden een verwijt van de ontbinding. Gelet op de duur van het dienstverband (ruim een jaar), de leeftijd van de werkneemster, en de duur van de doorbetaalde non-activiteit (vierenhalve maand) is er voor een vergoeding geen plaats.

Terug naar overzicht