Kantonrechter Heerenveen 27-06-2002 (Varekamp), JAR 2002, 181


Concurrentiebeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 181.

De werkneemster is per 1 oktober 1998 als dierenarts in dienst getreden bij de werkgever. De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding dat de werkneemster verbiedt om gedurende een periode van vijf jaar als dierenarts te gaan werken in een plaats minder dan 15 kilometer van Lemmer. De werkgever heeft het beding later gematigd tot twee jaar en de boete op € 50.000,-- per overtreding gesteld. In juni 2001 is bij de werkneemster een hernia gediagnosticeerd. Zij is daarna alleen nog kleine huisdieren (gezelschapsdieren) gaan behandelen voor drie dagen per week. Zij kan nu voor 18 uur per week in dienst treden van een dierenartspraktijk op 500 meter afstand van die van de werkgever. De werkgever wenst het concurrentiebeding te handhaven vanwege de kennis en relaties die de werkneemster mee kan nemen. De werkneemster verzoekt om een voorlopige voorziening strekkende tot vernietiging of schorsing van het beding. De kantonrechter is van oordeel dat het beding, dat uitgaat van een gebied gelegen binnen een straal van 15 kilometer van het centrum van Lemmer voor een duur van twee jaar niet als onredelijk bezwarend kan worden aangemerkt. Voorshands is niet aannemelijk geworden, aldus de kantonrechter, dat de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding indiensttreding van de werkneemster bij een andere dierenarts in de omgeving onaanvaardbaar bemoeilijkt. Hoewel er omstandigheden denkbaar zijn die mogelijkerwijs tot matiging van het concurrentiebeding zouden kunnen leiden, constateert de kantonrechter dat deze zich op dit moment niet voordoen. Maar ook al zou dit anders zijn, dan acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat dit tot een zo vergaande matiging zal leiden dat indiensttreding bij een dierenartspraktijk op 500 meter afstand mogelijk wordt.

Terug naar overzicht