Kantonrechter Heerlen 04-07-2001 (Groen), JAR 2001, 247


Ziekte (opzettelijk veroorzaken arbeidsongeschiktheid). Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 247.

De werknemer heeft op 6 maart 2000 een verkeersongeval gehad als gevolg waarvan hij arbeidsongeschikt is geraakt. Hij is op deze dag bij een oud-collega in de auto gestapt en met hem meegereden. De oud-collega was niet in het bezit van een rijbewijs en verkeerde onder invloed van alcohol. De werkgever stelt dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer is te wijten aan zijn opzet als bedoeld in art. 7:629 lid 3 sub a BW. De werknemer wist volgens de werkgever dat de oud-collega teveel gedronken had met carnaval en dat hij geen rijbewijs had. Daardoor zou hij een situatie in het leven hebben geroepen die voldoet aan het bepaalde in art. 7:629 lid 3 sub a BW, namelijk dat hij opzettelijk arbeidsongeschiktheid heeft veroorzaakt. De werkgever zou daarom niet gehouden zijn het loon bij ziekte door te betalen. De werknemer zegt niets geweten te hebben van de alcohol en het ontbreken van een rijbewijs. De kantonrechter oordeelt dat het vervallen van het recht op loon bij ziekte ingevolge opzet enkel bedoeld is voor een situatie die binnen de werkingssfeer van de arbeidsovereenkomst valt. Met het privé-leven van werknemers heeft een werkgever in beginsel geen enkele bemoeienis. In onderhavige zaak gaat het om een gedraging in strikte privé-tijd, die buiten de werkingssfeer van de arbeidsovereenkomst staat. Dit zou slechts anders zijn als uit de gedraging aanstonds blijkt dat deze willens en wetens was gericht op het veroorzaken van ziekte met het oogmerk om arbeidsongeschikt te raken voor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Van dit laatste is in deze zaak niets gesteld noch gebleken. De werkgever dient derhalve het loon aan de werknemer door te betalen

Terug naar overzicht