Kantonrechter Helmond 25-02-2002 (Van Otterdijk), Prg. 2002, 5866, JAR 2002, 89


Bepaalde tijd. Concurrentiebeding. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 89.

De werknemer is op 7 mei 2001 bij de werkgever in dienst getreden voor de duur van zes maanden in de functie van medewerker buitendienst. De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding dat de werknemer verbiedt om gedurende zes maanden na beëindiging van het dienstverband contacten te onderhouden met cliënten van de werkgever en een met de werkgever concurrerend bedrijf te voeren of daarin werkzaam te zijn. Het dienstverband tussen partijen is op 6 november 2001 geëindigd. De werknemer wenst thans uitsluitsel over de vraag of hij bij Aqua Systems, een concurrent van de werkgever, in dienst kan treden. Hij vordert daarom tenietdoening of schorsing dan wel matiging van het beding. De kantonrechter oordeelt dat het feit dat de werknemer maar kort bij de werkgever in dienst is geweest niet betekent dat hij niet aan een concurrentiebeding gehouden kan worden. In onderhavig geval heeft het beding de werknemer niet in de weg gestaan om bij andere ondernemingen dan Aqua Systems te solliciteren. In zijn geval zijn er mogelijkheden te over. Dat de werknemer geen kennis van bedrijfsgeheimen of bedrijfsinformatie heeft, wil niet zeggen dat het concurrentiebeding niet werkt. Die kennis is geen voorwaarde voor de toepasselijkheid van het beding. Het beding belemmert de werknemer geenszins om in zijn beroep werkzaam te zijn. Naast dit alles geldt nog dat de werknemer nog steeds arbeidsongeschikt is en dat het concurrentiebeding nog slechts enkele maanden geldend is (tot 6 mei 2002), zodat het nog maar de vraag is of de werknemer wel een belang (laat staan een spoedeisend belang) bij zijn vordering heeft.

Terug naar overzicht