Kantonrechter Helmond 26-11-1999 (Kerkhofs), JAR 2000, 53


Gelijke behandeling. Zwangerschap. CAO. Vakantie (ATV-dagen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 53.

Een medewerkster bij een supermarkt vordert 48 roostervrije uren, die haar niet zijn toegekend tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. Volgens de werkgever was er in die periode sprake van arbeidsongeschiktheid en op grond van de CAO worden bij volledige arbeidsongeschiktheid geen roostervrije dagen opgebouwd. De Commissie Gelijke Behandeling heeft geoordeeld dat de werkgever direct onderscheid maakt op grond van geslacht en dus in strijd handelt met art. 7:646 BW. De kantonrechter is met de werkneemster van oordeel dat ATV-dagen moeten worden gezien als compensatie voor minder te ontvangen loon en dus als looncomponent moet worden beschouwd. Door de uitleg van de werkgever van de betreffende CAO-bepaling ondervindt de werkneemster een nadeel, respectievelijk verliest zij een voordeel. Dit nadeel ofwel verlies van voordeel is rechtstreeks het gevolg van zwangerschap en de werkneemster wordt aldus anders behandeld dan haar mannelijke collega's. Door het begrip arbeidsongeschiktheid zodanig uit te leggen dat daaronder ook valt het zwangerschaps- en bevallingsverlof, maakt de werkgever direct onderscheid op grond van geslacht. Gelet op het EG-recht dient de CAO-bepaling zo te worden uitgelegd dat deze zo veel mogelijk in overeenstemming is met het EG-recht. De uitleg van de werkgever is dit zeker niet. De kantonrechter wijst de vordering toe op verbeurte van een dwangsom.

Verder lezen
Terug naar overzicht