Kantonrechter Hilversum 07-03-2001 (Van Hees), JAR 2001, 72


Gezagsverhouding; (voorwaardelijke). Ontbinding gewichtige redenen. Matiging loonvordering.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 72.

Een werknemer heeft, handelend onder de naam van zijn eenmansvennootschap, sinds 1 januari 1995 voor de werkgever redactiewerk verricht. Daartoe zijn tussen partijen telkens opdrachtovereenkomsten gesloten waarbij uitdrukkelijk is vastgesteld dat deze geen arbeidsovereenkomsten waren. Op 28 februari 2000 heeft de werkgever de samenwerking met de werknemer met onmiddellijke ingang beëindigd omdat hij zijn werkzaamheden niet naar behoren zou verrichten. De werknemer heeft zich daarop op het standpunt gesteld dat er tussen hem en de werkgever sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkgever heeft voorwaardelijk ontbinding verzocht. De kantonrechter is van oordeel dat er inderdaad sprake is van een arbeidsovereenkomst. De werknemer werd ter beschikking gesteld door zijn eenmanszaak hetgeen erop neerkomt dat hij zijn werkzaamheden persoonlijk moest verrichten. Hij deed dat op fulltime basis, zodat mag worden aangenomen dat hij economisch volledig afhankelijk was van de werkgever. De aard van zijn werk duidt erop dat hij in teamverband werkte, onder gezag van een eindredacteur. Dat duidt op een gezagsverhouding. Voorts ontving de werknemer een vaste maandelijkse beloning, zijn vakantiedagen werden doorbetaald en de eerste drie dagen van eventuele ziekteperioden ook. Dit alles wijst op een arbeidsovereenkomst. Dat partijen hun rechtsverhouding hebben aangeduid als een opdrachtovereenkomst en dat de werknemer dienovereenkomstig maandelijks factureerde, doet daar niet aan af. Eén en ander brengt mee dat de loonvordering van de werknemer toewijsbaar is, zij het dat deze gematigd wordt tot drie maanden, omdat de werknemer inmiddels ander - zij het tijdelijk - werk heeft gevonden. In reconventie is de vordering van de werkgever tot terugbetaling van de betaalde BTW toewijsbaar. Eventuele naheffingen loonbelastingen en premies komen voor rekening van de werkgever. Per dezelfde datum als dit vonnis heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden. Daarbij heeft de kantonrechter aan de werknemer een vergoeding van NLG 125.000,-- toegekend omdat de werkgever ten onrechte de arbeidsverhouding met onmiddellijke ingang heeft beëindigd zonder dat vast was komen te staan dat de werknemer niet goed functioneerde

Verder lezen
Terug naar overzicht