Kantonrechter Hilversum 09-04-2003 (Strengers), JAR 2003, 134


Executiegeschil. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Wettelijke rente.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 134.

Bij beschikking van 29 mei 2002 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden. Partijen zijn overeengekomen dat de werkgever aan de werkneemster op uiterlijk 1 juli 2002 een ontbindingsvergoeding van € 22.162,18 zou betalen op een door de werkneemster aan te geven wijze. Bij brief van 14 juni 2002 heeft de werkgever laten weten wegens liquiditeitsproblemen de vergoeding niet in één keer te kunnen betalen. De werkneemster heeft niet met uitstel ingestemd en heeft aangegeven dat zij de vergoeding wil gebruiken voor een lijfrenteverzekering. Zij heeft het gironummer vermeld waarnaar het bedrag moest worden overgemaakt. De werkgever heeft vervolgens gesteld bewijsstukken te willen ontvangen van de lijfrentepolis dan wel de toestemming van de inspecteur der belastingen. De werkneemster heeft geschreven dit niet passend te vinden, maar heeft wel bewijsstukken meegestuurd. De werkgever heeft daarop naar zijn zeggen de vergoeding eerst nog per ongeluk naar een verkeerd rekeningnummer overgemaakt en deze vervolgens, eind augustus 2002, aan de deurwaarder betaald. De werkneemster vordert thans betaling van de kosten van de deurwaarder, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente hierover en over de ontbindingsvergoeding. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. De kantonrechter overweegt dat, als de werkgever bewijsstukken wilde hebben dat de ontbindingsvergoeding door de werkneemster aangewend zou worden voor de aankoop van een lijfrente en hij dus geen fiscale inhoudingplicht had, hij dit bij het treffen van de beëindigingsregeling uitdrukkelijk kenbaar had moeten maken en niet de verplichting op zich had moeten nemen om de vergoeding voor 1 juli 2002 te betalen. Terecht heeft de werkneemster erop gewezen dat het vragen van dergelijke bewijsstukken zeer ongebruikelijk is als de werknemer aangeeft een lijfrente te willen aanschaffen en een rekeningnummer opgeeft waarnaar de vergoeding moet worden overgemaakt. De werkgever is dan ook door, ondanks de herhaalde verzoeken van de werkneemster om betaling, eerst eind augustus 2002 te betalen verwijtbaar tekortgeschoten in zijn betalingsverplichting. Daarom dient hij de deurwaarderskosten, incassokosten en wettelijke rente te vergoeden.

Terug naar overzicht