Kantonrechter Hilversum 16-05-2002 (Van Hees), JAR 2002, 177


Ongewenste intimiteiten. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (geen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 177.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werkneemster - 27 jaar, anderhalf jaar in dienst als category business manager, salaris € 6.625,25 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag - omdat zij zich onprofessioneel en onverantwoordelijk zou hebben gedragen. Op 14 december 2001 heeft één van de teamleden van de werkneemster zich ziek gemeld en aan de werkgever meegedeeld dat hij niet langer in staat was om op de afdeling te werken wegens aanhoudende seksuele intimidatie door de werkneemster. De werkgever heeft daarop een onderzoek ingesteld en betrokkenen gehoord. Op 6 februari 2002 heeft de werkgever aan de werkneemster meegedeeld dat uit het onderzoek niet was komen vast te staan dat zij zich schuldig had gemaakt aan seksuele intimidatie. Wel heeft hij de werkneemster verweten zich niet als een verantwoordelijk manager te hebben gedragen en heeft hij aangegeven het dienstverband te willen beëindigen. De werkneemster betwist de gemaakte verwijten en stelt dat er sprake was van intimidatie door haar teamlid alsmede dat de gevolgde procedure niet zorgvuldig is geweest. De kantonrechter stelt vast dat gebleken is dat zich tussen de werkneemster en haar teamlid een relatie heeft ontwikkeld die niet alleen zakelijk was, maar waarin ook seksueel contact is geweest. De werkneemster heeft het niet nodig gevonden daarvan melding te maken. Wel heeft zij zich tijdens het onderzoek naar de klacht van het teamlid defensief opgesteld en heeft zij getracht deze werknemer, die ziek thuis was, te bereiken. Terecht vindt de werkgever dit onprofessioneel. Verder heeft de werkneemster geen openheid van zaken gegeven, maar heeft zij twee maanden later bij de politie aangifte gedaan van verkrachting door het teamlid. De kantonrechter acht dit ongerijmd. Tot slot is niet gebleken dat de gevolgde procedure naar aanleiding van de klacht onzorgvuldig is geweest. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werkneemster het aan zichzelf te wijten dat de arbeidsrelatie verstoord is geraakt en beëindigd moet worden. Daarom komt aan haar geen vergoeding toe.

Terug naar overzicht