Kantonrechter Hilversum 22-10-1999, JAR 1999, 241 (Groen)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (factor A; oudere werknemers).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 241.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 58-jarige verkoopster (zes jaar in dienst, salaris NLG 3.967,56 bruto per maand) op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Niet kan worden vastgesteld aan wie de vertrouwensbreuk is te wijten en dus is er reden de werkneemster bij ontbinding een vergoeding toe te kennen. De kantonrechter is van oordeel dat er geen reden is om de diensttijdfactor op twee te stellen, omdat de werkneemster ouder dan vijftig jaar is. Aan de totstandkoming van de kantonrechtersformule met betrekking tot de weging van de dienstjaren, lag ten grondslag de gedachte aan een langdurig dienstverband bij dezelfde werkgever en de daarmee samenhangende afnemende herplaatsing elders. Als het dienstverband zou zijn aangevangen na het veertigste levensjaar, dan zou voor de jaren tussen veertig en vijftig jaar een wegingsfactor één moeten gelden en voor de jaren vanaf vijftig een wegingsfactor 1,5. Is het dienstverband aangegaan na het vijftigste levensjaar, dan zou daarvoor alleen factor één moeten gelden. Voorkomen dient te worden dat een werkgever dubbel wordt "gestraft" voor het feit dat hij een oudere werknemer in dienst neemt. Deze werknemer brengt namelijk enerzijds hogere loonkosten met zich mee en anderzijds beïnvloedt de factor gewogen dienstjaren bij ontbinding de hoogte van de vergoeding ongunstig. In dit geval komen de gewogen dienstjaren neer op zes dienstjaren. Hoewel partijen geen verwijt treft, is er volgens de kantonrechter reden de correctiefactor te bepalen op 1,5. Doordat de werkneemster haar aanspraak op een VUT-uitkering verliest, had de werkgever alles in het werk dienen te stellen om de werkneemster te behouden. De kantonrecht ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 38.565,-- bruto.

Verder lezen
Terug naar overzicht