Kantonrechter Leeuwarden 22-03-2002 (Van der Meer), JAR 2003, 29


Bedrijfsongeval. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 29.

De werknemer is van juni 1985 tot oktober 1995 als offsetdrukker bij de werkgever in dienst geweest. Voor die tijd was hij als offsetdrukker in dienst bij een andere drukkerij. Op 18 oktober 1992 heeft de werknemer zich ziek gemeld. De werknemer stelt dat hij aan OPS (organisch psychosyndroom) lijdt en dat dit het gevolg is van blootstelling bij de werkgever aan hoge concentraties van bij de drukprocessen gebruikte oplosmiddelen. De werkgever zou zijn tekortgeschoten in zijn zorgplicht doordat deugdelijke ventilatie ontbrak, er geen lijsten aanwezig waren van de gebruikte stoffen en hun giftigheid en er geen aanwijzingen werden gegeven voor het gebruik van giftige stoffen. De werkgever betwist dat er causaal verband is tussen werk en klachten en stelt verder dat er steeds een ventilator aanwezig was, dat de toegangsdeuren altijd openstonden evenals twee hoge ramen. De kantonrechter overweegt dat eerst moet komen vast te staan dat de gezondheidsklachten van de werknemer het gevolg zijn van het hebben moeten werken met toxische (organische) oplosmiddelen alvorens aan de vraag toegekomen kan worden of de werkgever in voldoende mate aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De stelling van de werknemer dat hij blootgesteld is geweest aan oplosmiddelen, brengt niet mee dat de bewijslast op grond van Unilever/Dikmans (HR 17-11-2000, RvdW 2000, 230, JOL 2000, 569, NJ 2001, 596, JAR 2000, 261, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 9) naar de werkgever verschuift, omdat de werknemer in onderhavig geval meerdere werkgevers heeft gehad bij wie hij aan dezelfde stoffen heeft blootgestaan. Bovendien heeft hij bij de werkgever niet gedurende vijf jaar aan oplosmiddelen blootgestaan, terwijl dit één van de criteria is om te komen tot de diagnose OPS. Daarnaast heeft de werkgever nog aangevoerd dat de klachten van de werknemer ook te herleiden kunnen zijn op psychische problemen of een persoonlijkheidsstoornis. Als komt vast te staan dat de gezondheidsklachten van de werknemer moeten worden toegeschreven aan de in drukkerijen gebruikte oplosmiddelen, zal de vraag moeten worden beantwoord in hoeverre dit aan de werkgever moet worden toegerekend, gelet op het bepaalde in het DES-arrest van de Hoge Raad (NJ 1994, 535). De werknemer heeft immers eerst in een andere drukkerij gewerkt waarin mogelijk niet aan de veiligheidsvoorschriften werd voldaan. In dit stadium moet de werknemer bepaalde, door hem genoemde maar niet overgelegde, stukken alsnog overleggen en zal een comparitie worden gelast.

Terug naar overzicht