Kantonrechter Lelystad 03-05-2000 (Van den Dungen), JAR 2000, 128


Kennelijk onredelijk ontslag. Sociaal plan.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 128.

Een werkneemster met een dienstverband van 22 jaar, salaris afgerond NLG 2.000,-- bruto per maand, wordt ontslagen op grond van reorganisatie. De werkgever biedt haar een vergoeding aan conform het met de OR overeengekomen sociaal plan. Dit betekent voor de werkneemster een aanvulling van de WW-uitkering tot 95% van het loon gedurende zes maanden en aanvulling tot 90% gedurende 20 maanden. De werkneemster acht het ontslag gezien de gevolgen kennelijk onredelijk. De kantonrechter overweegt dat nu het sociaal plan met de OR is overeengekomen en de arbeidsvoorwaarden in overleg met de OR zijn vastgesteld, de OR als een voldoende representatieve vertegenwoordiging van de werknemers moet worden beschouwd. Het niet betrekken van de vakbonden op zich maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk, temeer daar de bonden wel betrokken zijn bij het sociaal plan van een andere vestiging, dat vergelijkbaar is met het onderhavige sociaal plan. Het sociaal plan wordt dientengevolge in beginsel toereikend geacht. Gezien echter het lange dienstverband, de geringe kansen op de arbeidsmarkt als gevolg van leeftijd, eenzijdige opleiding en werkervaring en medische beperkingen (inmiddels WAO), acht de kantonrechter het ontslag kennelijk onredelijk, ook in aanmerking nemende dat toepassing van de hardheidsclausule van het sociaal plan op ruime schaal heeft geleid tot verschillende kleinere wijzigingen ten aanzien van andere werknemers. Een suppletie van de WW-uitkering van 30% over de maximale periode van 30 maanden acht de kantonrechter billijk. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van NLG 19.500,-- bruto.

Terug naar overzicht