Kantonrechter Lelystad 08-01-2003 (Van Wegen), JAR 2003, 30


Bepaalde tijd. Opzegging.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 30.

De werkneemster is op 1 mei 2001 bij de werkgever in dienst getreden voor de duur van zes maanden met inachtneming van het Personeelsreglement en met de intentie om de overeenkomst na zes maanden om te zetten in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Voorts is in de arbeidsovereenkomst bepaald: "op deze arbeidsovereenkomst wordt voor medewerkster een opzegtermijn van één maand in acht genomen". Op 24 oktober 2001 heeft de werkgever schriftelijk meegedeeld de arbeidsovereenkomst met zes maanden, tot 30 april 2002, te verlengen. Op 31 oktober 2002 heeft de werkgever de werkneemster meegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst eindigde met ingang van 1 november 2002. De werkneemster heeft daarop gesteld dat in de eerste plaats de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2002 is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en dat in de tweede plaats de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd omdat de werkgever geen opzegtermijn in acht heeft genomen. De kantonrechter wijst het eerste standpunt van de hand. Weliswaar heeft de werkgever aan de werkneemster niets meegedeeld over een verlenging per 1 mei 2002, maar dat betekent niet dat de werkneemster ervan uit mocht gaan dat die verlenging voor onbepaalde tijd is geschied. Hieraan staat onder meer art. 7:668 BW in de weg dat bepaalt dat een arbeidsovereenkomst die zonder tegenspraak wordt voortgezet, wordt geacht te zijn aangegaan op de voorheen geldende voorwaarden. Daarom moet worden aangenomen dat de arbeidsovereenkomst met zes maanden tot 1 november 2002 is verlengd. Met betrekking tot de vraag of de arbeidsovereenkomst per die datum al dan niet rechtsgeldig is opgezegd, overweegt de kantonrechter dat het feit dat de clausule in de arbeidsovereenkomst terzake niet duidelijk is, voor rekening van de werkgever komt. De redactie van de bepaling en ook de regeling op dit vlak in het personeelsreglement wijzen erop dat de bedoeling is dat een dienstverband als dat van de werkneemster met inachtneming van de opzegtermijn moet worden opgezegd. Nu dat niet is gebeurd, is de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig geëindigd en komt de werkneemster ook na 1 november 2002 salaris toe en dient zij weer tot haar werkzaamheden te worden toegelaten.

Verder lezen
Terug naar overzicht