Kantonrechter Maastricht 11-02-1999, 24-02-1999, JAR 1999, 90 (Houterman)


Ontbinding gewichtige redenen. Ziekte. Schadeloosstelling (C=4).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 90.

Een 34-jarige accountmanager, één jaar in dienst, salaris NLG 4.500,-- bruto per maand, wordt op staande voet ontslagen wegens ongeoorloofd werkverzuim. De werknemer, die herhaaldelijk ongeoorloofd afwezig is geweest, verschijnt niet op zijn werk ondanks dit daags te voren met de Arbo-arts te hebben afgesproken. De werkgever verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair op grond van een dringende reden en subsidiair op grond van gewijzigde omstandigheden. De werknemer stelt dat hij ziek was op de dag dat hij volgens de werkgever zijn werkzaamheden had dienen te hervatten en dat de werkgever steeds op de hoogte is geweest van de reden van zijn afwezigheid. Er is dan ook geen sprake van een dringende reden en ook niet van gewijzigde omstandigheden. Ingeval van ontbinding verzoekt de werknemer een vergoeding met een correctiefactor 4 omdat hij gezien de geringe duur van zijn arbeidsovereenkomst niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering. De kantonrechter overweegt dat in een voorwaardelijke ontbindingsprocedure niet kan worden vastgesteld of er sprake is geweest van een ongeoorloofd werkverzuim. Daartoe dienen in een bodemprocedure getuigen te worden gehoord. Met betrekking tot de subsidiaire reden is de kantonrechter van oordeel dat de arbeidsverhouding dusdanig is verstoord dat deze moet worden ontbonden. Voorts overweegt de kantonrechter dat het disfunctioneren niet is komen vast te staan, dat uit de e-mail-berichten van de werknemer blijkt dat hij de werkgever steeds op de hoogte bracht van zijn afwezigheid en dat hij nooit indringend is gewaarschuwd voor het zonder overleg met zijn werkgever opnemen van verlof. Het feit dat de functie van de werknemer inmiddels wordt vervuld, doet vermoeden dat de werkgever de werknemer toch al kwijt wilde. Gelet op deze omstandigheden acht de kantonrechter een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule waarbij de correctiefactor op 4 wordt gesteld, redelijk. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 19.440,-- bruto.

Verder lezen
Terug naar overzicht