Kantonrechter Maastricht 19-02-2003 (Bruijnzeels), JAR 2003, 81


Kennelijk onredelijk ontslag. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 81.

De werknemer, geboren op 8 juni 1951, is met ingang van 6 april 1970 bij de werkgever in dienst getreden. Zijn salaris bedroeg laatstelijk € 2.777,44 exclusief vakantiegeld en dertiende maand. Sinds 28 april 1999 heeft de werknemer niet meer gewerkt wegens arbeidsongeschiktheid. Hij ontvangt een volledige WAO-uitkering. De werkgever heeft na twee jaar ziekte met toestemming van de RDA de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2002. Gedurende de eerste 28 maanden van de ziekte heeft de werkgever het salaris volledig doorbetaald. Daarnaast ontvangt de werknemer uit hoofde van een WAO-hiaat en een WAO-excedent verzekering 89% van zijn laatstgenoten inkomen. Ten tijde van de beëindiging van zijn dienstverband heeft de werknemer een gratificatie ontvangen van anderhalf maandsalaris. De werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is en vordert toekenning van een vergoeding van € 166.480,02 bruto. Hij stelt dat hij ziek is geworden door de houding van de werkgever, dat deze te weinig heeft gedaan om hem te reïntegreren en dat aan hem, gezien zijn leeftijd en de lengte van zijn dienstverband, een vergoeding toekomt. De kantonrechter stelt vast dat bij de werknemer sedert 1977 grote onvrede bestaat over door de werkgever zowel organisatorisch als ten aanzien van hem genomen beslissingen. Ook staat vast dat hij op enig moment arbeidsongeschikt is geraakt. Dit brengt echter niet mee dat de oorzaak hiervan geheel en al te wijten is aan beslissingen van de werkgever. Aan de werkgever komt de verantwoordelijkheid toe om zijn organisatie vorm te geven op de wijze die hem goeddunkt. Wel moet hij daarbij, indien functies veranderen c.q. vervallen, zorgvuldig jegens de werknemers optreden. In onderhavig geval heeft de werkgever zich voldoende ingespannen om de werknemer steeds passend werk te bieden. De werknemer heeft dit werk ook steeds aanvaard. Verder is zijn salaris altijd op niveau gebleven. Dat de werknemer niet altijd gelukkig was met wijzigingen in zijn functies, betekent niet dat de werkgever onzorgvuldig heeft gehandeld. De werkgever valt daarom geen verwijt te maken ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid. Evenmin is aangetoond dat de werkgever tekort is geschoten in zijn reïntegratieverplichtingen. Het ontslag is dus niet onredelijk, gelet ook op de voor de werknemer getroffen voorzieningen.

Terug naar overzicht