Kantonrechter Maastricht 21-02-2001 (Bruijnzeels), JAR 2001, 49


Deeltijdarbeid (toepassing Wet Aanpassing Arbeidsduur). Wijziging arbeidsvoor- waarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 49.

Een werknemer met een arbeidsduur van 20 uur per week vraagt uitbreiding van vijfenhalf uur per week. De werkgever weigert dit. Vervolgens verzoekt de werknemer nog eens om uitbreiding, thans na inwerkingtreding van de Wet Aanpassing Arbeidsuur (WAA). De werkgever weigert nog eens. In het door de werknemer aangespannen geding voert de werkgever aan dat de werknemer op grond van de WAA slechts éénmaal per twee jaar een dergelijk verzoek mag doen. De kantonrechter oordeelt echter dat hier geen sprake was van twee "WAA-verzoeken", omdat hier pas gerekend dient te worden vanaf het moment van inwerkingtreding van de WAA. De werkgever is van mening dat de vrijgevallen uren beter kunnen worden ingevuld door oproepkrachten, dit acht hij behoren tot de eigen beleidsvrijheid. De kantonrechter stelt echter dat door de inwerkingtreding van de WAA deze beleidsvrijheid wordt beperkt. Een verzoek van de werknemer dient te worden ingewilligd, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. De werknemer voldoet voorts aan het vereiste dat hij alleen vermeerdering van de arbeidsduur kan vragen als het gaat om vrijgevallen uren in een functie die hij reeds bekleed. Tot slot gaat de kantonrechter voorbij aan het verweer van de werkgever dat hij geen formatieruimte heeft. Het betreft hier een tijdelijk probleem en het feit dat de werkgever oproepkrachten heeft aangetrokken, mag niet in het nadeel van de werknemer werken

Terug naar overzicht