Kantonrechter Middelburg 01-05-2000 (Doorewaard Boekhout), Prg. 2000, 5495


Afroepovereenkomst.

Een taxichauffeur werkt gedurende een aantal jaren 40 uur per week tegen een salaris van gemiddeld NLG 3.000,-- bruto per maand. Wanneer de werkgever hem niet meer tewerkstelt vordert de werknemer doorbetaling van loon. De werkgever stelt dat er sprake was van een oproepcontract. Weliswaar zou op basis van de Wet Flexibiliteit en zekerheid inmiddels kunnen worden uitgegaan van een gewoon dienstverband, maar volgens de werkgever wenste de werknemer dat niet maar wilde de vrijheid van een oproepcontract behouden, waarop de werkgever besloten heeft de werknemer niet meer op te roepen. De kantonrechter constateert in de voorlopige voorzieningsprocedure dat er een onduidelijke situatie tussen partijen is ontstaan, waarbij de werkgever het initiatief had behoren te nemen om de rechtsverhouding nader te concretiseren en behoorlijk vast te leggen. De voorlopige voorziening tot doorbetaling van loon wordt toegewezen, omdat onvoldoende zeker is dat in een bodemprocedure het ontslag stand zal houden, waarbij wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%.

Terug naar overzicht