Kantonrechter Middelburg 01-09-2003 (Klarenbeek), NJ 2003, 736, JAR 2003, 269


Aansprakelijkheid werkgever. Bedrijfsongeval. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 269.

De werknemer is op 14 februari 1990 als opticien bij de werkgever in dienst getreden. Eind januari 2000 is hij arbeidsongeschikt geworden wegens pijnklachten aan nek- en linkerschouder. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is ontbonden onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer. De werknemer ontvangt een volledige WAO-uitkering. Een neuroloog heeft vastgesteld dat sprake is van degeneratieve afwijkingen van weefsel in/bij de wervelkolom. Hij heeft geconcludeerd dat het werk hiervan de oorzaak is. De werknemer heeft zijn werkgever aansprakelijk gesteld voor zijn klachten. Deze zijn volgens hem het gevolg van langdurige statische belasting in een verkeerde werkhouding in combinatie met een hoge werkdruk. De kantonrechter overweegt dat, gelet op de jurisprudentie, van een werknemer mag worden verwacht dat hij een toereikend verband aantoont tussen zijn schade en de uitoefening van de werkzaamheden. Met betrekking tot RSI geldt dat er nog veel onzekerheid bestaat over het ontstaan ervan. Daarom kan van een werknemer niet worden gevergd dat hij stelt en zo nodig bewijst dat zijn RSI-klachten het gevolg zijn van zijn werk. Het is toereikend dat de werknemer stelt dat de klachten zijn voorafgegaan door activiteiten in loondienst met herhaalde bewegingen of een statische houding. Deze stelling zal onderbouwd moeten worden door het oordeel van een arts die de RSI vaststelt en een causale relatie met het werk legt. De werknemer hoeft dus geen werkelijk oorzakelijk verband te bewijzen. Verondersteld mag worden, aldus de kantonrechter, dat een niet onbelangrijk aantal RSI-klachten mede ontstaat door activiteiten in de privé-sfeer. Het is niet billijk dat de werkgever in zulke gevallen toch een volledige schadevergoeding zou moeten betalen. Tot RSI leidende activiteiten van de werknemer in de privé-sfeer moeten worden beoordeeld aan de hand van art. 6:101 BW. Aan de stelplicht van de werkgever dat sprake is van dergelijke activiteiten mogen geen hoge eisen worden gesteld, nu het gaat om omstandigheden die in de sfeer van de werknemer liggen. De werknemer zal volledig en naar waarheid inlichtingen moeten geven over eventuele ziekmakende activiteiten in de privé-sfeer. De kantonrechter concludeert vervolgens in onderhavige zaak dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werknemer. De werkgever heeft de wettelijke normen inzake de inrichting van de werkplek niet nageleefd, de werknemer heeft te lange werkweken moeten maken – gemiddeld tussen de 40 en 45 uur per week – en heeft onder een hoge werkdruk moeten werken. Voldoende vast is komen te staan dat zijn RSI-klachten daardoor zijn veroorzaakt en dat privé-activiteiten hierbij geen rol van betekenis hebben gespeeld.

Verder lezen
Terug naar overzicht