Kantonrechter Middelburg 25-02-2002 (Doorewaard Boekhout), JAR 2002, 75


Kennelijk onredelijk ontslag. (Afwijking). Sociaal plan.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 75.

De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer, negen jaar in dienst tegen een salaris van NLG 10.318,-- bruto per maand, opgezegd met toestemming van de RDA. De werknemer acht dit ontslag kennelijk onredelijk en vordert betaling van een vergoeding van NLG 250.000,-- bruto. Het door de werkgever gehanteerde sociaal plan is naar zijn mening evident onbillijk. Hij heeft thans een inkomensachteruitgang van ruim NLG 5.000,-- per maand. De werkgever stelt dat er geen redenen zijn om van het sociaal plan af te wijken. Daarbij speelt mee dat de werknemer al tijdens de aanloop naar de ontslagvergunning een eigen onderneming is begonnen. De kantonrechter is van oordeel dat er voldoende redenen zijn voor het ontslag. Voor wat betreft de uitwerking van het sociaal plan in het individuele geval van de werknemer is de rechter evenwel van oordeel dat dit te mager is. Bij de afwikkeling en toepassing van een sociaal akkoord dient een werkgever niet alleen dat akkoord uit te voeren, maar dient hij er ook voor te waken dat er in individuele gevallen niet een onaanvaardbare inkomensachteruitgang plaatsvindt. In het algemeen betekent dit dat een werknemer binnen redelijke grenzen in staat moet blijven zijn gebruikelijke levenswijze te blijven voeren. In onderhavig geval werpt de werkgever de werknemer voor de voeten dat hij geen gebruik heeft willen maken van de vacaturebank en dat hij een eigen onderneming is begonnen, zodat hij "dus" geen schade heeft. Deze stellingname is jegens de werknemer onnodig grievend. De werkgever dient de beslissing van de werknemer om te gaan proberen als zelfstandige verder te gaan, te respecteren. Het feit dat als gevolg van die beslissing voor de werknemer, zeker in de beginfase, sprake is van een forse inkomensachteruitgang, had voor de werkgever aanleiding moeten zijn om voor de werknemer een voorziening te treffen. De werknemer heeft daarom ook gevraagd, maar de werkgever is daar niet op ingegaan. Dat maakt dit ontslag kennelijk onredelijk. De kantonrechter kent vervolgens een vergoeding toe van € 30.000,-- bruto.

Verder lezen
Terug naar overzicht