Kantonrechter Nijmegen 12-11-1999 (Hofkes), Prg. 2000, 5390


Ontbinding gewichtige redenen. Vakantie (zorgverlof). Onderwijs. Schadeloosstelling (geen).

Een middelbare school verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 48-jarige natuurkundeleraar. De leraar heeft vanaf medio 1995 zijn functie feitelijk niet meer uitgeoefend omdat hij sinds die tijd zijn ernstig zieke echtgenote heeft verzorgd. Ondanks overleg tijdens het onbezoldigd (buitengewoon) verlof vanaf 1 september 1997 tot en met 1 augustus 1998 is het niet tot een minnelijke regeling gekomen. Na diverse sommaties heeft de werknemer zijn werkzaamheden niet hervat. Nadien is de arbeidsrelatie verstoord geraakt. De werknemer stelt dat hij genoodzaakt was de verpleging van zijn echtgenote op zich te nemen omdat daartoe geen enkele instelling bereid was. Hij acht het zijn morele plicht voor zijn echtgenote te zorgen en stelt dat die plicht voor gaat boven de arbeidsplicht. De werknemer verwijt zijn werkgever dat niet is gezocht naar alternatieve werkzaamheden en wijst op zijn belang bij het behoud van zijn arbeidsovereenkomst. In geval van ontbinding acht de werknemer een vergoeding met correctiefactor 3 billijk. Onder verwijzing naar de nota "Arbeid en Zorg" stelt de kantonrechter dat op grond van maatschappelijke ontwikkelingen de werknemer een wettelijk recht op (gedeeltelijk) betaald zorgverlof zal krijgen. Indien een werknemer geen arbeid verricht om te kunnen voldoen aan zijn zorgplicht, kan dit niet leiden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Gelet op deze maatschappelijke ontwikkelingen is het dus de vraag of gezien de situatie van de werknemer, de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden. Omdat het hier niet gaat om een afgebakende periode, is het de vraag voor wiens risico de gevolgen behoren te komen voor de situatie waarin de werknemer verkeert. De kantonrechter is van oordeel dat hier sprake is van een uitzonderlijke situatie die in redelijkheid niet voor rekening van de werkgever behoort te komen, gezien de personele en organisatorische implicaties. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat het verwijt dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om ander werk te vinden, niet terecht is, nu de werknemer zelf geen concreet voorstel daartoe heeft gedaan. De arbeidsovereenkomst dient derhalve te worden ontbonden en wel zonder vergoeding, omdat de grond voor de ontbinding in de risicosfeer van de werknemer ligt en de werkgever de werknemer voldoende tijd heeft gegeven een oplossing te zoeken voor zijn probleem. Bovendien is niet gebleken dat de werkgever niet is ingegaan op een redelijk voorstel tot het verrichten van ander passend werk.

Terug naar overzicht