Kantonrechter Nijmegen 18-12-1998, Prg. 1999, 5133 (Zwijnenburg)


Ontbinding gewichtige redenen. Ongewenste intimiteiten. Schadeloosstelling (geen).

Een welzijnsorganisatie verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 46-jarige agogisch werker, negen jaar in dienst, salaris NLG 3.935,88 bruto per maand. De werknemer is naar aanleiding van een strafzaak in verband met het plegen van ontucht met minderjarigen uit zijn functie ontheven en in een andere functie tewerkgesteld. Deze laatste functie komt echter te vervallen en de werknemer zou in een andere wijk weer als agogisch werker kunnen gaan werken, ware het niet dat zowel in de wijk als onder de werknemers veel bezwaar bestaat tegen dit plan. Bovendien vermijdt de werknemer door zijn omgang met minderjarigen risicovolle omstandigheden niet. De werknemer ontkent het recidive gevaar en stelt in de nieuwe functie naar behoren te hebben gefunctioneerd en dat de werkgever, nu deze functie komt te vervallen, voor passend werk dient te zorgen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden verzoekt de werknemer een vergoeding van NLG 79.000,-- (C=1,5). De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Volgens de kantonrechter heeft de werkgever zeer zorgvuldig gehandeld door niet onmiddellijk na bekendmaking van het strafbare feit en veroordeling daarvoor ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken. De zorgvuldigheidsplicht gaat echter niet zover dat de werkgever thans zijn voortbestaan in de waagschaal zou moeten stellen terwille van een van zijn werknemers. Hiervan kan de werkgever geen verwijt worden gemaakt nu het maatschappelijk niet accepteren van ontucht met minderjarigen geheel in de risicosfeer van de werknemer ligt. Daardoor is niet alleen ontbinding gerechtvaardigd doch dient ook geen vergoeding te worden toegekend.

Terug naar overzicht