Kantonrechter Nijmegen 23-08-2002 (Bartelds), JOR 2002, 185


Aansprakelijkheid werkgever. Faillissement. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer.

De arbeidsovereenkomst van een projectcoördinator, bijna 33 jaar in dienst, salaris € 2.921,40 bruto per maand, wordt door de curator opgezegd wegens faillissement van de werkgever met een opzegtermijn van zes weken. De werknemer verzoekt vervolgens in de opzegtermijn ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van € 140.227,40. Volgens de werknemer is er sprake van mismanagement van de verschillende bestuurders. De kantonrechter wijst het verzoek af omdat de werknemer geen belang heeft bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst aangezien de beëindiging zich op korte termijn voordoet. Het gaat de werknemer duidelijk om een schadevergoeding in verband met het onbillijke ontslag. Daartoe leent zich echter niet een ontbindingsprocedure ex art. 7:685 BW maar een kennelijk onredelijk ontslag-procedure ex art. 7:681 BW. Het gaat overigens ook niet om een verifieerbare vordering omdat de vordering van de op grond van art. 7:685 BW toegekende vergoeding pas ontstaat door de beslissing van de kantonrechter, dus na het faillissement. Ook valt niet in te zien waarom de opzegtermijn ex art. 40 Fw niet juist is. Voorts wordt de werknemer in zijn vordering tegen de bestuurder van de werkgever niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet als werkgever is te beschouwen en de ontbindingsprocedure zich niet leent voor het aansprakelijkstellen van een bestuurder wegens wanbestuur.

Terug naar overzicht