Kantonrechter Nijmegen 24-09-1999, Prg. 1999, 5355 (Hofkes)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Rekest civiel.

Een werkgever verzoekt gedeeltelijke herroeping van een ontbindingsschikking waarin de werknemer een vergoeding van NLG 50.000,-- bruto is toegekend en NLG 7.500,-- kosten rechtsbijstand. Volgens de werkgever is er sprake van bedrog in de zin van art. 382 Rv, omdat de werknemer op de mondelinge behandeling heeft verzwegen dat hij vooruitzicht had op een nieuwe baan. Ervan uitgaand dat er sprake is van bedrog, stelt de kantonrechter dat de vraag of er reden is om een vergoeding toe te kennen, komt na het antwoord op de vraag of er reden is de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Indien er geen reden is de arbeidsovereenkomst te ontbinden dan komt de rechter niet toe aan de vraag of een vergoeding redelijk is. In dit geval hebben partijen een regeling getroffen waarbij beiden belang hadden. De regeling heeft geleid tot deze beslissing. Als vast komt te staan dat de beslissing als gevolg van bedrog berust op onjuiste gronden, dan dient de beschikking volledig te worden herroepen. Een ander oordeel leidt ertoe dat in de procedure die volgt op de herroeping niet meer kan worden beslist of de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, maar alleen kan worden beslist over de toekenning van een vergoeding. Aangezien dit niet strookt met de bedoeling van het rekest civiel, wijst de kantonrechter het verzoek af.

Terug naar overzicht